Wie Frankrijk alleen met Parijs verbindt, mist een land waar een treinrit al snel een ander decor oplevert. In Parijs liggen cafés, musea en oude paleisgevels langs brede boulevards. In Bretagne staan granieten huizen boven een rotsige Atlantische kust. Bourgondische wijnstokken lopen in keurige rijen over zachte hellingen. Rond Marseille liggen vissershavens en witte kalkrotsen vlak bij drukke stadswijken. Daar klinken ook Provençaalse, Corsicaanse en Noord-Afrikaanse invloeden door in winkels, keukens en gesprekken. De verschillen zitten vaak in kleine dingen: het brood op tafel, de luiken aan een huis en de woorden op een markt.
Parijs bleef eeuwenlang het politieke middelpunt. Spoorlijnen trokken vanuit de hoofdstad naar provinciesteden, terwijl oorlogen hun sporen nalieten in het noorden en oosten. In Reims herinneren de kathedraal en de kroningen aan de Franse monarchie; elders in de stad verwijzen gebouwen naar de verwoesting van de Eerste Wereldoorlog. Lyon dankt veel aan zijdehandel en industrie. In de traboules lopen smalle doorgangen door woonblokken en binnenplaatsen. Bij Nîmes en de Pont du Gard staan Romeinse bouwwerken nog midden in het hedendaagse straatbeeld.
Aan tafel worden de streken nog duidelijker. Bretagne gebruikt boter en boekweit in crêpes en galettes. Bourgondië serveert mosterd, slakken en wijn. Aan de Middellandse Zee komen olijfolie, knoflook en vis op tafel. Op markten liggen kazen, oesters, charcuterie en seizoensgroente naast elkaar op de kramen. Loop na een museum ook een bakkerij, markthal of buurtbistro binnen. Daar krijgt Frankrijk snel een gezicht.
