Van komijn naar zeewater: te voet door Marseille
In Noailles hangen koffie, komijn en gedroogd fruit in de lucht. Een paar kilometer verder slaat de Middellandse Zee tegen de rotsen onder de Corniche.
Tussen de kramen van Noailles
De wandeling begint bij de Marché des Capucins, aan de rue du Marché des Capucins. Groenten en fruit vullen bakken en kratten, kruiden liggen in bossen en zakken, en tussen de vaste kramen blijft weinig ruimte over. Ook vis hoort bij het marktaanbod. Dozen, boodschappentassen en schoenen bedekken delen van de straatstenen.
De rue Longue-des-Capucins vernauwt het beeld meteen. De gevels staan dicht op elkaar en voetgangers schuiven er op drukke momenten stapvoets langs elkaar. Stemmen kaatsen tussen de huizen. Een kar ratelt over de harde grond, een winkeldeur klapt dicht, muziek lekt naar buiten. De straat werkt door terwijl de wandeling zich erdoorheen wringt.
Op nummer 10 ligt Saladin Épices du Monde. Gekleurde hopen specerijen, potten, zakken en flessen vullen de planken bij de ingang en in de winkel. Komijn en koriander geven de lucht een droge, warme scherpte. Chermoula, za’atar en Provençaalse kruidenmengsels staan naast thee, oliën en gedroogd fruit. Bij de deur mengen de zoete geur van vijgen en dadels zich met kruiden die in de neus prikken. Een stad met zulke winkels heeft geen haast nodig; die krijgt hij toch wel.
Hout, kruiden en koffie
Via de rue Méolan volgt een korte omweg naar Père Blaize. Terrassen vullen stukken van de smalle straat; achter stoelen, tafels en voorbijgangers verschijnt de houten gevel uit het begin van de negentiende eeuw soms pas op het laatste moment. Binnen staan houten bakken met handgeschreven opschriften. Medewerkers nemen planten uit de voorraad en stellen mengsels samen. Verveine en lindebloesem behoren tot de veelgevraagde kruiden.
Steranijs, venkel, eucalyptus, oranjebloesem, rozemarijn, gember, kaneel en lavendel geven de winkel een geur die bij elke open bak verschuift. Het donkere hout houdt de kleuren rustig. Gedroogde bladeren en bloemen tonen strogeel, grijsgroen, bruin en een dof paars. Buiten nemen voetstappen, servies en stemmen het weer over.
Op Cours Saint-Louis opent de straat zich. La Canebière loopt vanaf hier als een brede as naar de haven, met bomen, cafés, winkels en hoge gevels langs de kant. Trams, voetgangers, bussen en auto’s maken samen een losser, wijder straatgeluid dan in Noailles. Licht valt op balkons, luiken en daklijsten. Op het pleisterwerk blijven donkere lijnen achter waar de zon niet komt.
Torréfaction Noailles zit op nummer 56. Koffie en thee staan er tussen chocolade, koekjes, snoep, servies en koffiemachines; ter plekke drinken en meenemen kan allebei. Voor de deur hangt de geur van gebrande koffie nog boven de brede stoep, tussen het verkeer en de winkelramen.
De straat eindigt aan het water
La Canebière daalt naar het Quai de la Fraternité. De avenue verbindt de Vieux-Port over ongeveer een kilometer met Réformés en omvat sinds 1927 ook de vroegere rue de Noailles. Vlak voor de haven verandert de grond onder de voeten. Porfierstenen en bestrating vormen er één vlak van gevel tot gevel; de harde grens tussen rijbaan en stoep ontbreekt.
Boven het plein hangt de Ombrière: een dun dak van gepolijst roestvrij staal, gedragen door acht slanke kolommen. In het spiegelende vlak staan mensen, masten en water op hun kop. Elke passerende gestalte schuift door dat beeld, samen met een wolk of een meeuw die buiten de kap overtrekt.
De marktgeluiden van Noailles vallen uiteen in ruimere klanken. Stemmen dragen verder over de kade. Touwen tikken tegen masten en water slaat met korte, holle klappen tegen de stenen rand. In de ochtend staan aan het Quai de la Fraternité ongeveer tien viskramen. Uitgestalde vis, roepende verkopers en kijkers onder de spiegelkap vormen een smalle strook rumoer naast het open bassin.
Verderop liggen vooral pleziervaartuigen op het water. Een kleine ferry vaart meerdere keren per dag tussen het stadhuis en Place aux Huiles. Tussen de boten verschijnt bij de havenmond voor het eerst een brede strook open zee. In Noailles bleef de Middellandse Zee achter gevels en kruispunten verborgen; hier glanst zij achter masten en kades. Hard zonlicht maakt het water bijna wit. Onder een gesloten hemel krijgen dezelfde rimpels staalgrijze randen.
Langs Catalans naar de Corniche
Vanaf de Vieux-Port loopt de route langs de kust naar plage des Catalans. Daar raakt zand de stenen stad. Vanaf Catalans volgt de Corniche Kennedy de kust richting Prado, met Vallon des Auffes onderweg.
De boulevard begon als een smal kustpad en groeide uit tot een brede weg met ruime stoepen. Langs de zeekant loopt een lange stenen bank. Daarachter liggen de Frioul-eilanden en Château d’If als lage vormen op de horizon. De zon warmt het steen overdag op. Wind trekt langs de open rand, ritselt door lage struiken en pakt losse servetten op van de terrassen aan de weg.
Auto’s blijven hoorbaar, maar de zee vult steeds meer van het beeld. Tussen twee verkeersgolven klinkt water dat beneden tegen de rotswand breekt. Vanaf de hoge stoep zijn harde kalksteen, donkere spleten en kort schuim zichtbaar. De kust buigt. De stoep buigt mee. Naast de weg komt telkens een nieuw vlak blauw water tevoorschijn.
In het lage licht van ochtend of avond krijgen de rotsen een warmere kleur en tekenen de eilanden scherper af. De wandeling draagt nu geen winkelstraat meer voor zich uit. Alleen weg, bank, rots en zee blijven naast elkaar liggen.
Afdalen onder drie stenen bogen
Bij Vallon des Auffes overspant een viaduct van lokale Cassis-steen de inham. Het bouwwerk meet zestig meter en rust op drie ronde bogen. Bij het viaduct daalt een voetgangerstrap van de Corniche naar de kade. Het verkeer blijft boven. Met elke trede verdwijnt een deel van het geluid van banden op asfalt.
Beneden sluit de ruimte zich weer. Lage huisjes en cabanons staan rond het water, met gekleurde gevels vlak bij de kade. Kleine boten, waaronder traditionele Provençaalse pointus, liggen langs de rand. De havenkom beslaat ongeveer tweeduizend vierkante meter. Aan de noordzijde ligt een betonnen kade; aan de andere kanten lopen schuine vlakken onder de huizen naar het water.
Hier ligt geen strand. Rotsen nemen de plaats van zand in. Onder en achter de bogen ligt een zeewaterplek die lokaal de piscine du Vallon heet. Een stortsteendijk tempert de zuidelijke deining in de kom, maar bij de monding blijft de open zee in beweging.
Praktisch
Van de Vieux-Port naar Vallon des Auffes is het te voet ongeveer drie kilometer, of circa 36 minuten; bus 83 rijdt doorgaans elke 15 tot 20 minuten langs Vieux-Port, Place aux Huiles en Vallon des Auffes. Torréfaction Noailles is maandag tot en met zaterdag open van 07.00 tot 19.00 uur en zondag van 10.00 tot 18.00 uur; controleer tijden en vervoer op de dag zelf.
Aan de voet van de laatste trap ligt een pointu met zijn spitse boeg naar de havenmond. Onder de middelste stenen boog tilt een golf de romp op, trekt het touw strak en zet de boot terug op het donkere water.
Verder ontdekken
