Langs hoge ramen naar de zijde van Croix-Rousse

Langs hoge ramen naar de zijde van Croix-Rousse

Vanaf Terreaux klimt de route naar Croix-Rousse langs sobere gevels en hoge ramen. Aan 12 bis montée Justin-Godart bewaart Soierie Vivante een familieatelier waarin keuken, slaapvide, weefgetouwen en een spoelmachine één werk- en woonruimte vormen.

Vanaf Terreaux de helling op

Aan het begin van de negentiende eeuw lagen op het plateau van Croix-Rousse nog tuinen, wijngaarden en akkers. De zijdehandelaren werkten beneden, rond Terreaux. Grondeigenaren legden op de nabijgelegen heuvel straten en bouwpercelen aan. In enkele decennia vulden huizen en werkplaatsen het open land. De zelfstandige gemeente Croix-Rousse werd in 1852 bij Lyon gevoegd.

De Lyonese zijde kwam niet uit één fabriek. De Fabrique bestond uit veel kleine ateliers, terwijl handelaren de opdrachten organiseerden. De canuts, atelierhouders en gezellen die zijde weefden, werkten in het huis waar hun gezinnen ook kookten en sliepen.

De Jacquardmechaniek bepaalde vervolgens de maat van de wijk. Kartonnen kaarten gaven aan welke kettingdraden omhoog moesten en namen daarmee werk over van de tireur de lacs, die die draden eerder met de hand optilde. De getouwen en hun mechaniek hadden hoge kamers nodig. Bouwers zetten daarom sobere stenen woon-werkhuizen neer, met grote regelmatige ramen en weinig versiering op de gevel. Bij de ramen stond het getouw in het daglicht; boven het woongedeelte lag vaak een slaapvide.

De hoge gevels hebben dus weinig te maken met een vroege voorliefde voor lofts. De machines bepaalden de hoogte. Brede toegangen boden plaats om getouwen en mechanieken naar binnen te dragen.

Door de Cour des Voraces

Op de hellingen snijden traboules door woonblokken en binnenhoven. Canuts gebruikten deze passages om zijde op hun rug sneller naar de handelaren beneden te brengen. Op de pentes van Croix-Rousse liggen meer dan 160 van zulke doorgangen.

De Cour des Voraces, in een huis uit 1840, heeft een monumentale stenen trap en op straatniveau lag een canut-werkplaats. De plek bleef verbonden met het Devoir mutuel, het onderlinge hulpfonds van de wevers. De doorgang loopt door naar de montée Saint-Sébastien of de rue Imbert-Colomès.

Dat onderlinge verband kwam niet voort uit folklore. In oktober 1831 bereikten betrokkenen na bemiddeling een tariefakkoord, maar handelaren voerden het niet uit. Atelierhouders riepen daarop een algemene staking uit, gevolgd door de eerste canut-opstand. In 1834 volgden opnieuw een algemene staking en een opstand.

In deze verspreide productie raakte een conflict veel meer dan één werkvloer. Gezinnen werkten thuis met opdrachten en prijzen die anderen bepaalden. De hele heuvel was werkgebied.

Vijf ramen aan de montée Justin-Godart

Aan 12 bis montée Justin-Godart ligt het Atelier municipal de tissage van Soierie Vivante, een bewaard familieatelier uit de late negentiende eeuw. De families Rochard, Ressicaud en Fighiera gebruikten de ruimte na elkaar. Het interieur bleef intact: een keuken, een kleine slaapvide, weefgetouwen en een elektrische spoelmachine staan in dezelfde kamer.

Vijf grote ramen brachten licht bij vier getouwen. Het plafond is ruim 4,20 meter hoog. Dicht naast elkaar geplaatste eiken balken droegen de zware machines. Hier staat het bouwprincipe van Croix-Rousse zonder uitleg op de vloer: hoogte voor het getouw, ramen voor het werk, balken voor het gewicht.

Vier getouwen staan onder vijf ramen in het bewaarde atelier van Soierie Vivante in Croix-Rousse.Vier getouwen staan onder vijf ramen in het bewaarde atelier van Soierie Vivante in Croix-Rousse.

Rond de eeuwwisseling woonde en werkte hier een gezin. Vanaf 1926 diende het vertrek alleen nog voor productie. De familie Fighiera leverde onder meer kledingstoffen, crêpe de chine en laméstoffen in goud- en zilvertinten. De mechanische getouwen produceerden nog tot 1990.

Na 1983 dreigde het atelier uiteen te vallen en zouden de getouwen als metaal worden verkocht. Soierie Vivante huurde de ruimte in 2001 om het interieur en de machines te behouden en voor publiek open te stellen. Lyon kocht het atelier in 2013 en gaf de vereniging de publieke presentatie in handen.

Getouwen in werking

Soierie Vivante bewaart geen kamer achter glas. Tijdens rondleidingen zet de vereniging een negentiende-eeuws handgetouw met Jacquardmechaniek in werking. Ook de elektrische mechanische getouwen draaien voor demonstraties.

De Jacquardmechaniek scheidt de scheringdraden, zodat de spoel met de inslag kan passeren. Bij het handgetouw hoort de gedocumenteerde klank bistanclaque-pan. Het woord klinkt als een werktuig, en dat is het ook.

Een gids bedient een Jacquardhandgetouw in het atelier van Soierie Vivante aan de montée Justin-Godart.Een gids bedient een Jacquardhandgetouw in het atelier van Soierie Vivante aan de montée Justin-Godart.

De vereniging bewaart behalve machines ook technieken, vakkennis en archiefmateriaal. Schoolgroepen krijgen bezoeken met werkende getouwen en Jacquardmateriaal. In het nabijgelegen atelier voor passementerie aan de rue Richan werken kinderen en volwassenen tijdens weefsessies op kleine getouwen.

Buiten de historische ateliers is Croix-Rousse een bewoonde stadswijk. Veel vroegere werkruimtes zijn woningen. Tussen de negentiende-eeuwse huizen liggen winkels, cafés, kunstenaarsateliers en werkplekken van jonge makers; Passage Thiaffait huisvest ontwerpers. De oude panden en passages worden dus gebruikt als huis, doorgang, winkel en atelier.

Praktisch bij 12 bis

Individuele bezoekers kunnen het Atelier municipal de tissage aan 12 bis montée Justin-Godart van dinsdag tot en met zaterdag om 15.00 en 17.00 uur bezoeken, behalve op feestdagen. Reserveren is voor hen niet nodig; de rondleiding duurt ongeveer veertig minuten. Groepen reserveren vooraf.

De laatste klim naar nummer 12 bis

De montée Justin-Godart loopt omhoog tussen de hoge woon-werkhuizen van Croix-Rousse. Bij nummer 12 bis gaat een gewone deur open naar een kamer met vijf ramen, eiken balken, een keuken, een slaapvide en vier getouwen.