Portugal trekt je al snel verder dan de bekende pleinen van Lissabon. Aan de Atlantische kust liggen vissersplaatsen naast brede stranden en oude havens. Landinwaarts verandert het beeld binnen een paar uur rijden. In de Alentejo staan kurkeiken en olijfbomen tussen lage stenen muurtjes. Langs de Douro klimmen wijnranken over leistenen terrassen. In het noorden staan granieten dorpen tegen groene berghellingen. Elke streek heeft eigen huizen, druiven en gerechten, zonder dat de afstanden uit de hand lopen.
In Lissabon rijden gele trams langs gevels met azulejos. In de kleine fadolokalen van Alfama zingen artiesten laat op de avond voor een klein publiek. Porto ligt aan de Douro, tegenover de portkelders van Vila Nova de Gaia. Verder stroomopwaarts hebben arbeiders terrassen in de rots gehakt voor de wijngaarden.
Ten zuiden van de Taag liggen de steden verder uit elkaar. Évora heeft witte huizen, een stadsmuur en smalle straten die in de middagwarmte stil worden. Buiten de stad beginnen olijfgaarden en velden met kurkeiken. Aan de Algarve liggen zandstranden naast rotsbaaien. In de havens brengen boten sardines, octopus en schelpdieren aan wal. Op tafel staan vaak bacalhau, gegrilde vis, brood, olijfolie en pasteis met eierroom. Ga een markt op, eet buiten de drukste pleinen en stap in de trein langs de kust of de Douro. Portugal laat zich goed bekijken als je ook tussen Lissabon, Porto en de Algarve stopt.
