Acht Europese steden vanaf de tramrails
Een tram geeft een stad niet in vogelvlucht, maar op werkhoogte: langs stoepen, kades, gevels en pleinen. Deze acht ritten laten zien hoe een stad in elkaar zit, bocht voor bocht.
Lissabon: 28E van Martim Moniz naar Prazeres
De compacte 28E-tram rijdt langs de Sé door de smalle straten van Alfama.
De 28E vertrekt bij Martim Moniz, klimt naar Graça en wringt zich door Alfama langs de Sé. Daarna daalt de tram naar Baixa, stijgt via Chiado en Estrela en eindigt bij de begraafplaats van Prazeres, aan Campo de Ourique. De korte Remodelado-wagens bleven op deze lijn rijden omdat de steile, smalle straten van de heuvelwijken geen ruimte boden aan ruimere trams.
Houten delen kraken in de wagen. De bel klinkt voor een lastige passage. Bij Graça vouwen de straten van Alfama zich tegen de helling naar de Taag; bij de Sé staat de sobere romaanse kathedraal vlak naast het spoor. In Baixa ligt de tram plots weer op vlakke straat, tussen de winkelpuien. Zo verklaart één rit waarom Lissabon telkens klimt, daalt en opnieuw begint.
Porto: lijn 1 langs de Douro naar Foz
Bij Infante kiest lijn 1 de noordelijke oever van de Douro. De historische tram rijdt via Alfândega, Massarelos, Ouro en Cantareira naar Passeio Alegre. Hij blijft beneden bij het water en laat de steile bovenstad links liggen. De dichte kade van Ribeira maakt onderweg plaats voor ruimere oevers en de riviermond bij Foz.
De gele wagen heeft houten banken, smalle deuren en handbediende bellen. Langs de eerste kilometers staan betegelde gevels en verschijnt de Dom Luís I-brug; verder westwaarts volgen kades en, aan het eindpunt, de tuinen van Passeio Alegre, waar de Douro de Atlantische Oceaan bereikt. De rit neemt de tijd. Dat hoort hier gewoon bij de afstand tussen handelsstad en zee.
Praag: lijn 22 van Pohořelec omlaag
Lijn 22 verbindt de burchthelling met de stad beneden. Neem de dalende richting vanaf Pohořelec: de tram rijdt langs het kasteelgebied en zakt over smal, bochtig spoor naar Malá Strana. Op Malostranské náměstí beheerst de barokke Sint-Nicolaaskerk het plein; paleizen, kerken en gewone haltes staan er dicht bij elkaar.
Daarna steekt de tram op de Legioenbrug de Moldau over. Het vergulde dak van het Nationaal Theater staat aan de rivier. Verderop liggen de brede straten en laatnegentiende-eeuwse woonhuizen van Vinohrady. De lange lijn loopt zelfs door tot Hostivař, maar dit stuk tussen Pohořelec, de Kleine Zijde en het theater bevat de grote sprong: van de oude toegang tot de burcht naar de negentiende-eeuwse stad.
Wenen: lijn D van Nußdorf naar het Belvedere
Lijn D komt uit Nußdorf, rijdt langs Spittelau, het Franz-Josefs-Bahnhof en de Votivkirche, en bereikt vervolgens de Ringstraße. Daar schuiven Rathaus, Burgtheater, parlement, Hofburg, Burggarten en de Staatsopera langs het raam. Bij Schwarzenbergplatz draait de lijn naar Schloss Belvedere.
De Ringstraße ligt op de plaats van de vestingwerken die Wenen vanaf 1857 liet afbreken. Op die vrijgekomen strook kwamen onder meer de opera, musea, het parlement, de universiteit en het neogotische stadhuis. Daarom is dit geen rit door nauwe oude straten, maar over een brede boulevard langs een bijna onbescheiden rij gevels: neorenaissance bij de Staatsopera, klassieke vormen bij het parlement en neogotiek bij het Rathaus. De tram houdt ze tenminste op menselijke snelheid.
Boedapest: lijn 2 op de Pestse Donaukade
Tram 2 volgt de Donau van Jászai Mari tér naar Közvágóhíd. Hij rijdt langs het Parlement en Kossuth Lajos tér, passeert de Kettingbrug en de promenade bij Vigadó, en gaat verder naar Fővám tér. Aan de overkant staan de Burcht van Boeda en de heuvels steeds in beeld.
De lijn kreeg haar uitgesproken plaats aan het water niet voor een mooi plaatje. De negentiende-eeuwse kade beschermde Pest tegen overstromingen; tussen 1896 en 1900 kreeg de tram hier een tracé, plaatselijk op een ijzeren viaduct met geklonken kolommen. Water ligt aan één kant van de wagen, pleinen en staatsgebouwen aan de andere. Vanaf Március 15. tér rijst de 140 meter hoge Gellértberg met citadel op aan de overzijde.
Amsterdam: lijn 2 van Centraal naar Museumplein
Vanaf Centraal Station rijdt lijn 2 via Nieuwezijds Kolk, de Dam en Paleisstraat naar Koningsplein. Daarna kruist hij Keizersgracht en Prinsengracht, passeert Leidseplein en bereikt Museumplein. De grachten vormen geen groot panorama, maar een reeks korte onderbrekingen: brug, water, hoge huizenwand, winkelstraat, plein.
Bij Museumplein liggen het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum en het Stedelijk Museum; ook het Vondelpark ligt langs deze corridor. De lijn legt daarmee de overgang bloot tussen de compacte, waterdoorsneden binnenstad en het ruimere Oud-Zuid met musea, park en woonstraten. Wie blijft zitten, rijdt verder richting Nieuw Sloten. De deuren gaan open en dicht. Meer vertoon heeft Amsterdam niet nodig.
Zürich: lijn 4 van Rehalp naar het Hauptbahnhof
Lijn 4 daalt vanaf Rehalp via Hegibachplatz en Kreuzplatz naar station Stadelhofen en Bellevue. Daarna volgt de tram de Limmatquai door de Altstadt, langs Helmhaus en Rathaus, naar Central en het Hauptbahnhof. De wagen gaat bij Bahnhofstrasse/HB verder als lijn 13.
Deze rit legt een heldere doorsnede af: woonwijk, stationsbuurt, meerkant, rivierfront, oude stad en spoorhal. Elders op lijn 4 laat het traject door Zürich-West ook de nieuwere kant van de stad zien. De dubbelsporige uitbreiding uit 2011 loopt op een grotendeels van het autoverkeer gescheiden baan langs Pfingstweidstrasse, met groene middenstroken en brede fiets- en voetpaden, in een voormalige industriezone. Zürich bewaart zijn oude centrum dus niet achter glas; de tram verbindt het met de wijken waar de stad verder bouwde.
Praktisch: kaartjes zonder gedoe
Reserveren is voor deze stadsritten nergens nodig. Een 24-uurskaart kost in Lissabon €7,25, in Praag 140 Kč in de app of 150 Kč op papier, in Wenen digitaal €9,70 en in Boedapest 2.750 forint. Amsterdam rekent €10 voor een GVB-dagkaart; in Zürich kost een 24-uurskaart voor één à twee zones CHF 9,40 en in Milaan €7,60 vanaf de eerste validatie. In Porto kost een kaartje aan boord van de historische tram €6; contactloos betalen kan daar ook.
Milaan: lijn 1 naar Arco della Pace
Tramlijn 1 stopt naast Parco Sempione onder de Arco della Pace in Milaan.
Neem lijn 1 bij Repubblica of piazza Cavour en rijd richting Arco della Pace. De tram gaat via Montenapoleone naar Teatro alla Scala, Cordusio en Cairoli bij Castello Sforzesco. Daarna volgen Cadorna, piazza Virgilio en Parco Sempione. De lijn tekent een van Milaan lange radiale assen, van brede lanen en winkelstraten naar kasteel, park en noordwestelijke uitvalswegen.
Op veel ritten verschijnt een Carrelli, een vroegtwintigste-eeuwse tram met gepolijst hout, grote ramen en omgekeerde glazen lampen. Het materieel wisselt, dus zo'n wagen laat zich niet bestellen alsof het een espresso betreft. De Carrelli rijdt in gewone dienst, tussen andere reizigers en verkeer. Buiten schuift de muur van Parco Sempione voorbij; vervolgens staat de neoklassieke boog van Arco della Pace aan het einde van de brede as.
Verder ontdekken
Plekken in dit verhaal
Europa
10 landen en gebieden
Portugal
Tsjechië
Oostenrijk
Lissabon
Porto
Praag
Praag is de Tsjechische hoofdstad aan de Moldau, waar de burchtheuvel, de Kleine Zijde, de Oude Stad en de Nieuwe Stad een dicht historisch centrum vormen. Tramlijn 22 is een bruikbare ruggengraat tussen de burchtwijk en de rest van de stad.
Wenen
Boedapest
Amsterdam
Zürich
