Begin in Wenen, waar de Habsburgers nog zichtbaar zijn in de zalen van Schönbrunn en langs de Ringstrasse. In het Belvedere en het Leopold Museum hangen Klimt en Schiele, terwijl buiten trams voorbij koffiehuizen, markten en woonblokken rijden. Bij Schönbrunn lopen strakke tuinpaden omhoog naar de Gloriette. Een paar uur verderop maken kalktoppen, almen en smalle dalen het straatbeeld heel anders.
De Habsburgers regeerden eeuwenlang vanuit Wenen en lieten paleizen, kerken en brede boulevards achter. In de voormalige hofstallen van het MuseumsQuartier tonen musea nu moderne kunst. Salzburg heeft barokke koepels, smalle stegen en de vesting Hohensalzburg boven de stad. In concertzalen, muziekscholen en tijdens festivals klinkt de muziektraditie nog elke dag door.
Tussen Krems en Melk groeien wijnranken en abrikozenbomen langs de Donau. In de dorpen beneden liggen stenen stegen en kleine wijnlokalen; op de hellingen staan terrassen en ruïnes. In Stiermarken komen pompoenpitolie, appels en lokale wijn op tafel. Treinen rijden verder naar Tirol en Vorarlberg, waar kabelbanen naar bergpaden gaan en houten boerderijen in de dalen staan. Blijf niet alleen bij Wenen of de skipistes hangen: kies ook een dal, een markt of een tafel in een klein dorp. Daar krijgt Oostenrijk een heel eigen gezicht.
