In de stegen van Fez werken leerlooiers, koperslagers en bakkers achter muren waar geen auto doorheen past. Een paar honderd kilometer zuidelijker bouwen families in de valleien van de Hoge Atlas huizen van aangestampte aarde. Tussen de stad en de bergen liggen cederbossen, kale passen en palmoases. Boeren leiden daar water door oude irrigatiekanalen naar hun akkers. Ambachten, moderne cafés, landbouw en handel liggen in Marokko vaak dicht bij elkaar.
In de medina van Fez liggen koranscholen, fondouks en werkplaatsen achter onopvallende deuren. Ambachtslieden verven wol, slaan patronen in koperen schalen en snijden cederhout. Aan de Atlantische kust staan de witte huizen van Essaouira achter achttiende-eeuwse wallen. Vissers verkopen hun vangst bij de haven. Gnawa-musici spelen er op metalen qraqeb en de driesnarige guembri.
In de palmoase van Skoura staan lemen kasba's tussen dadelpalmen en akkers. In bergdorpen spreken veel bewoners Tamazight. Boeren verbouwen walnoten, gerst en fruit op terrassen. Aan tafel komen tajines met ingelegde citroen, couscous met groenten en brood uit één schaal. Muntthee hoort vaak bij het begin of einde van een bezoek. Wie naast de grote pleinen ook een werkplaats, bergdorp of kleine eetzaak binnenloopt, ziet hoe al die plekken dagelijks gebruikt worden. Marokko laat zich goed leren kennen aan tafel, in een steeg en langs een erf met palmen.
