Thailand trekt je van de hete straten van Bangkok naar de bergtempels rond Chiang Mai en de kalksteenrotsen van Phang Nga. Onderweg staan monniken vroeg langs de stoep voor aalmoezen, vullen verkopers kommen noedelsoep en vertrekken veerboten naar de eilanden. Boeddhistische gebruiken, handel en eten horen hier bij het dagelijks leven.
In Bangkok ruiken de straten rond Yaowarat naar wokolie, geroosterd vlees en kruiden. Verkopers bereiden er Chinese en Thaise gerechten naast elkaar. Aan de Chao Phraya varen openbare boten langs oude pakhuizen, woontorens en het koninklijk paleis. Bij Wat Pho staan vergulde daken boven binnenplaatsen met stenen beelden. Die plekken tonen de sporen van het hof en van Chinese handelsfamilies in dezelfde stad.
Chiang Mai heeft een ander tempo. Binnen de oude stad staan tempels uit de tijd van het Lanna-koninkrijk achter lage muren en grachten. Buiten de stad lopen wegen langs rijstvelden en bergbossen. Op tafel verschijnen kleefrijst, varkensvlees en khao soi: noedels in een kruidige curry met krokante slierten erbovenop.
In het zuiden varen longtailboten door de baaien van Phang Nga, tussen steile rotswanden en vissersdorpen op palen. Aan de Andamanse kust en in de Golf van Thailand vallen de natste maanden niet gelijk. Daardoor verschilt het weer aan beide kusten per seizoen. Blijf gerust hangen voor een maaltijd op straat, een rustig tempelplein of een boottocht over helder water.
