Peru trekt je al snel verder dan Machu Picchu. Op de stenen terrassen boven de Urubambavallei liggen strak passende Inca-muren tussen groene bergtoppen. In Cusco lopen die muren door onder Spaanse kerken, binnenplaatsen en huizen met houten balkons. Op de markt hoor je Spaans naast Quechua en Aymara. Verkopers stapelen aardappelen, maïs en bonen op kramen; wevers dragen omslagen en mutsen met patronen uit hun dorp. In bergdalen houden boeren terrassen in gebruik die al eeuwen tegen de hellingen liggen.
Lima laat een ander Peru zien. In het historische centrum hangen houten balkons boven drukke straten. Langs de kust snijden koks vis voor ceviche en mengen die met limoen, rode ui en ají. Aardappelen uit de Andes, maïs uit de valleien en vis uit de Stille Oceaan liggen er op hetzelfde bord.
Arequipa heeft weer een eigen gezicht. Huizen, kerken en kloosters zijn er gebouwd met wit sillar, gesteente uit de vulkanen rondom de stad. In een picantería staat rocoto relleno op tafel: een gevulde peper met een flinke dosis pit. Bij het Titicacameer werken boeren op grote hoogte op kleine percelen en varen bewoners naar eilanden op het meer. Aan de oostkant van de Andes maken koude bergpassen plaats voor dicht regenwoud. Vanuit Puerto Maldonado vertrekken boten over bruine rivieren naar lodges tussen hoge bomen.
Neem plaats op een marktbankje, bestel iets uit de keuken of blijf even staan bij een bergdorp. Peru laat zich daar rustig en van dichtbij zien.
