Zwitserland is meer dan besneeuwde toppen. In Graubünden rijdt een rode trein langs gletsjers, door donkere dennenbossen en over stenen viaducten. Aan de meren liggen wijngaarden, stadskades en terrassen. Onderweg verandert het Duits in Frans, Italiaans of Reto-Romaans. Ook gevels, gerechten en plaatsnamen krijgen een ander gezicht.
De Rhätische Bahn rijdt in Graubünden over het Landwasserviaduct, hoog boven een bebost dal. In het Engadin staan huizen met dikke muren, kleine ramen en beschilderde gevels. Aan het Meer van Genève liggen wijnterrassen boven het water. Lausanne loopt steil van de oude stad naar de kade. In Bern stroomt de Aare langs de oude binnenstad, waar lange arcades winkels, bakkers en cafés beschutten.
Ten zuiden van de Gotthard klinken Italiaanse stemmen op pleinen en staat er espresso op tafel. Boven Locarno groeien kastanjebossen op de hellingen. Bellinzona bewaart drie middeleeuwse kastelen bij de oude doorgang door de Alpen. Over die passen trokken eeuwenlang kooplieden, soldaten en lastdieren. Treinen en tunnels volgen nu veel van dezelfde dalen, terwijl oude muilezelpaden nog tussen de dorpen liggen.
Tussen de bekende bergtoppen liggen de kleine plekken die blijven hangen: een stuk regionale kaas uit een dorpswinkel, een ochtendmarkt aan het water of een trein die langzaam een zijvallei in rijdt. Ga kijken, proef iets lokaals en blijf vooral even hangen.
