Denemarken laat zich niet vangen in alleen fietsen, bakstenen gevels en strak ontwerp. In Kopenhagen springen zwemmers vanaf houten steigers het havenwater in. Langs Nyhavn liggen houten boten voor gekleurde pakhuizen, terwijl aan de andere kant van de stad nieuwe woonwijken aan brede fietspaden staan. Op Jutland slaan golven tegen brede stranden en liggen vissersboten in havens als Hvide Sande. Tussen die plekken liggen akkers, beukenbossen en eilanden die met bruggen en veerboten aan elkaar hangen.
Deense geschiedenis staat vaak gewoon tussen het dagelijks leven. In Roskilde liggen Vikingschepen vlak bij de kathedraal waar Deense vorsten zijn begraven. In Aarhus loop je van de lage huizen in het Latinerkvarter naar de moderne gebouwen aan de haven. Op Funen staan vakwerkhuizen tussen boomgaarden en landgoederen. Op Møn rijzen witte krijtrotsen boven de Oostzee uit.
Aan tafel komen dezelfde verschillen terug. Bakkers verkopen donker roggebrood en kaneelbroodjes. Lunchzaken beleggen smørrebrød met haring, aardappel of rosbief. In kustplaatsen staan schol, garnalen en gerookte vis op het menu. Kopenhagen telt veel goede restaurants, maar in een markthal, een eenvoudig eethuis of een buurtbakker proef je net zo goed wat Denen eten. Blijf daarom niet alleen in de hoofdstad: neem een veerboot, wandel langs de kust of strijk neer in een provinciestad. Denemarken heeft genoeg plekken om rustig langer te blijven.
