Wie China alleen kent van de Grote Muur en de skyline van Shanghai, ziet maar een klein deel. In Beijing liggen de binnenhoven van de Verboden Stad vlak bij brede lanen, metrostations en kantoorwijken. Bij Guilin varen houten boten over de Li-rivier tussen steile kalksteenpieken. Op de oevers verbouwen boeren rijst en groenten. Tussen die plekken liggen lange treinritten, maar ook scherpe verschillen in eten, bouwstijl en dagelijks leven.
In Xi’an bewaakt een leger van terracottasoldaten het graf van de eerste keizer. Een paar kilometer verder vullen bakkers, noedelkoks en grillmeesters de straten van de islamitische wijk met geur en geluid. In Yunnan staan dorpen tegen groene berghellingen. Op markten liggen paddenstoelen, thee en kruiden die in andere provincies minder vaak op tafel komen.
Ook aan tafel verandert China snel. Koks in Sichuan gebruiken chilipeper en sichuanpeper, die een tintelend gevoel op de tong geeft. In Kantonese theehuizen komen mandjes dimsum op tafel. In het noorden eten veel mensen tarwenoedels, gestoomde broodjes en dumplings. In buurtparken spelen ouderen kaarten, oefenen groepen tai chi en zitten buren op lage krukjes te praten. Kijk dus niet alleen naar de bekende monumenten. Loop ook een woonwijk in, bestel iets bij een klein eethuis of bezoek een markt. Daar laat China zich vaak het makkelijkst zien.
