Voor zeven uur bij Heming Teahouse in Chengdu

Voor zeven uur bij Heming Teahouse in Chengdu

In People’s Park begint de dag bij Heming Teahouse met veegwerk op blauwgrijze stenen. Daarna komen de ketels, de porseleinen gaiwans en uiteindelijk het droge geklik van mahjongstenen.

Een bezem tussen de bamboestoelen

Vóór zeven uur veegt het personeel van Heming Teahouse de vloer. De vroege theeperiode begint er om 06.30 uur, aan de rand van het meer in People’s Park. Lage tafels en stoelen van gespikkeld of plaatselijk hard-yellow-bamboe staan op blauwgrijze stenen platen.

De zitruimte loopt vanuit het oude paviljoen naar buiten, tussen de bomen en langs het water. Heming is geen gesloten salon waar de ochtend achter een deur begint. De bamboestoelen staan in de open lucht, dicht bij het meer en bij de Jinshui-beek die door het park loopt.

Personeel veegt tussen bamboestoelen en lage tafels bij Heming Teahouse in People’s Park.Personeel veegt tussen bamboestoelen en lage tafels bij Heming Teahouse in People’s Park.

Achter de tafels staan rood geschilderde zuilen. Houten draagconstructies onder de uitstekende dakrand dragen het paviljoen, waarvan de uiteinden omhoogbuigen in de bouwstijl van West-Sichuan. Heming opende in 1923 op een plek waar een beekje en dicht groen samenkwamen. Het gebouw is later gerepareerd en behouden.

Die plek ligt niet toevallig in een park. People’s Park begon in 1911 als Shaocheng Park, in het voormalige Mantsjoe-gebied van Chengdu, en was het eerste moderne openbare park van de stad. Nadat de rijstuitkering voor bewoners van de Acht Banieren wegviel, mochten zij er een bestaan opbouwen. Handel en ontspanning kregen daardoor al vroeg een plaats tussen paden, bomen en water.

Wilgen, bamboe en bloeiende struiken staan langs de oevers van de Jinshui-beek. Het meer ligt vlak naast het theehuis. Op heldere ochtenden kunnen korte stoelenschaduwen schuin over de stenen vloer vallen. De bezem gaat opzij. Het water moet heet blijven.

De tijgerkachel en de gaiwan

Daarvoor gebruikt Heming een laohuzao, letterlijk een tijgerkachel. Deze kolengestookte voorziening houdt ketels warm voor steeds nieuw heet water. Bij kokend water hoort een zacht gesis. Porselein geeft een lichter tikje wanneer het op tafel komt.

De bestelling begint klein. Een gast kiest thee. De bediening zet een driedelige porseleinen gaiwan neer: een schotel, een kom en een deksel, met theebladeren al in de kom. Daarna volgt heet water uit een ketel met een lange tuit. Dergelijke sets kwamen traditioneel uit Jingdezhen of van gespecialiseerde porseleinmakers.

Sommige bladeren blijven op het water drijven. Het deksel schuift ze van de rand, zodat er door de smalle opening tussen kom en deksel gedronken kan worden. Die handeling heeft niets plechtigs. Een porseleinen deksel houdt de bladeren uit de weg en laat de thee drinken.

Wie meer water wil, zet het deksel schuin tegen de rand. Het personeel ziet daarin het teken voor een nieuwe scheut uit de ketel. Bij één bestelling hoort onbeperkt heet water. Dezelfde kom kan dus lang op dezelfde lage tafel blijven staan, terwijl stoom kort boven het porselein hangt.

Een park waar mensen blijven zitten

Na 1949 kreeg Shaocheng Park de naam People’s Park. Het park dient nog steeds als groene verblijfsplek, als locatie voor bloemenfestivals en ontspanning, en als terrein met monumenten en historische gebouwen. De herdenkingszuil voor de slachtoffers van de spoorwegbeschermingsbeweging van 1911 staat er sinds 1913. Gebouwen die in de jaren 1920 voor publieke educatie dienden, functioneren nu onder meer als vergaderruimte en als museum over die beweging.

Die geschiedenis loopt naast het gewone gebruik van het park. Aan lage tafels drinken mensen thee en spelen zij spellen. Openbare theehuizen in Chengdu waren al lange tijd plekken voor meer dan een drankje. Mensen praatten er, wisselden informatie uit, handelden zaken af en bespraken geschillen.

Die openbare rol veranderde in de twintigste eeuw. Particuliere theehuizen gingen over naar collectief bezit, hun functie werd ingeperkt en tijdens de hervormingsperiode leefde die weer op. Heming bleef na 1949 bestaan en geldt als beschermd historisch gebouw. De bamboestoelen, ketels en gaiwans staan er nog altijd voor langdurig gebruik, niet als vitrinekast voor een oude gewoonte.

Praktisch voor de vroege thee

De vroege theeperiode bij Heming begint om 06.30 uur. Het theehuis ligt in de openlucht aan het meer in People’s Park. Eén bestelling geeft recht op herhaald bijvullen met heet water. De bediening zet de bladeren in de gaiwan en vult de kom met heet water; een schuin geplaatst deksel geeft aan dat er nieuw water gewenst is.

Mahjongspelers rangschikken stenen naast dampende gaiwans bij Heming Teahouse in People’s Park.Mahjongspelers rangschikken stenen naast dampende gaiwans bij Heming Teahouse in People’s Park.

De eerste mahjongtafels

Mahjong behoort tot het dagelijkse gebruik en het geluidsbeeld van Heming, al leggen de bronnen geen vast tijdstip voor het eerste spel van de ochtend vast. Zodra spelers een tafel innemen, staan er vier plaatsen rond een kleine kring van koppen, handen en stenen. De gaiwans blijven op tafel terwijl de ketel terugkeert.

Het spel is niet uniek voor Chengdu; de bredere mahjonghausse speelde ook elders in China. In een Chengdu-theehuis past het bij het langdurige zitten dat een enkele kop thee mogelijk maakt. Spelers mengen de stenen en bouwen rijen op tafel. Daarna snijdt het aanhoudende geklik van mahjongstenen door het zachte gesis van de ketel, naast het korte tikje van een porseleinen deksel.