Van koperen koepel tot betonvouw: architectuur langs de straten van Maputo

Van koperen koepel tot betonvouw: architectuur langs de straten van Maputo

Bij het centraal station gaf de koloniale havenstad zichzelf een monumentale voordeur. Verderop gebruikten modernistische architecten beton niet alleen als bouwmateriaal, maar ook als zonnescherm, ventilatierooster en dragende sculptuur.

Een stationsgevel voor het spoor naar Zuid-Afrika

De koperen koepel van Estação Central de Maputo rijst boven de arcaden aan Praça dos Trabalhadores.De koperen koepel van Estação Central de Maputo rijst boven de arcaden aan Praça dos Trabalhadores.

De Estação Central de Maputo staat aan Praça dos Trabalhadores met een brede rondboog, klassieke galerijen langs de zijvleugels en een koperbeklede koepel boven het midden. Achter die formele gevel loopt de doorgang naar de perrons, waar een lange metalen kap het spoor volgt. Ook oorspronkelijk houtwerk en de drie koepels zijn behouden.

Het gebouw verving een halte van hout en zink uit 1895, aangelegd voor de verbinding tussen Lourenço Marques, zoals Maputo toen heette, en Pretoria. De perronkap was in 1907 al in gebruik. De bouw van het hoofdgebouw begon in 1908 en het station opende op 19 maart 1910.

Daarmee was het station nog niet af. José Cristiano de Paula Ferreira da Costa tekende vanaf 1913 een nieuwe gevel in een classicerende Franse stijl; Pietro Buffa Buccellato maakte het ornament in het fronton. De gevel en koepel waren in 1916 voltooid. Ferreira da Costa ontwierp de koepel, die het Zuid-Afrikaanse bedrijf Evans & Plows uitvoerde. De vaak herhaalde toeschrijving aan Gustave Eiffel klopt niet.

De haven en spoorlijn verbonden de koloniale stad met de mijnbouwgebieden van het Zuid-Afrikaanse achterland. Het ontwerp keek bewust naar het station van Johannesburg, maar kreeg een nadrukkelijker stadsfront. Zo gaf een eindhalte voor goederen en reizigers de koloniale zeepoort een monumentale ingang.

Na de onafhankelijkheid van Mozambique in 1975 bleef het station in gebruik. Een nieuw passagiersterminal naast het monument verwerkt inmiddels een groot deel van de reizigersstroom, terwijl treinen blijven rijden naar Goba, Ressano Garcia en Limpopo. Sinds 2015 huizen in het oude gebouw het Museu dos CFM, een museumwinkel, restaurant en kunstgalerie. Tentoonstellingen, filmvertoningen en muziek-, dans- en theatervoorstellingen gebruiken dezelfde hal die ooit vooral een doorgang naar de trein was.

Een lachende leeuw tegenover de koepel

Aan hetzelfde plein staat een gebouw dat de gevel radicaal anders behandelt. Amâncio ‘Pancho’ Guedes ontwierp het Prédio Abreu, Santos & Rocha, beter bekend als O Leão Que Ri, in 1956. Het begon als een laag pand met winkels en woningen en groeide later uit tot acht verdiepingen. Handel en kantoren gebruiken het gebouw nu.

Waar het station werkt met bogen, ornament en een centraal geplaatste koepel, verdeelt Guedes de gevel met beton. Verticale zonwering en een raster voor de galerij temperen het licht en laten lucht door. Een decoratief paneel van rolkeien doorbreekt het strakke bouwsysteem. Het ene volume werpt schaduw op het andere.

Die speelse aanpak had een praktische kant. Architecten in het toenmalige Lourenço Marques verwerkten internationale, vooral Braziliaanse modernistische voorbeelden in gebouwen voor een warm klimaat. Beton werd een lamel, rooster, diepe galerij of overstek vóór het glas. Constructie, schaduw en ventilatie vielen zo samen in één gevel.

Dat modernisme groeide in een ongelijk verdeelde stad. Koloniale planning scheidde de formele cidade de cimento, de ‘stad van cement’, van de informele caniços, wijken die hun naam ontleenden aan riet. De Europese stad kreeg boulevards, pleinen en markante openbare gebouwen, terwijl Afrikaanse inwoners beperkt toegang hadden tot het centrum.

Na 1975 vertrokken veel Portugese bewoners en kregen Afrikaanse Mozambikanen toegang tot de voormalige Europese stad. Maputo groeide snel. De oude scheiding tussen formeel centrum en buitenwijken bleef echter zichtbaar in de stadsstructuur.

Schaduwvlakken aan de Avenida Samora Machel

Op de hoek van de Avenida Samora Machel en Avenida Fernão de Magalhães staat het Prédio TAP–Montepio. Alberto Soeiro ontwierp dit multifunctionele complex tussen 1955 en 1960 voor luchtvaartmaatschappij TAP en Banco Montepio de Moçambique. Winkels en diensten zaten onderin; woningen lagen op de hogere verdiepingen.

De gevel toont hoe precies het modernisme op zon en gebruik kon reageren. De opgetilde onderbouw draagt verdiepingen met verticale lamellen en keramische cobogós: opengewerkte elementen die licht en lucht doorlaten. Galerijen ontsluiten de woningen aan de zuidkant, terwijl keukens en sanitaire ruimten achter de meer gesloten noordgevel liggen. Een keramisch paneel van Gustavo de Vasconcellos uit 1959 geeft de oostelijke gevel kleur.

Het gebouw was het eerste grootschalige multifunctionele complex van de Baixa. Nu gebruiken overheidsdiensten en een bankfiliaal de onderste lagen, terwijl de woningen erboven bewoond blijven. Het voormalige openbare terras is afgesloten. Vanaf de stoep blijven het raster, de galerijen en de zonwering wel helder leesbaar.

Open beton rond een werkende school

In Polana staan de lange paviljoens van de Polana Secondary School achter open betonnen draagconstructies. José João Tinoco en José Forjaz ontwierpen de school rond 1970; de bouw begon in 1973. Het complex werd als middelbare school gebouwd en vervult die functie nog steeds.

Een centrale corridor verbindt de paviljoens en geeft schaduw. Verticale betonvinnen staan vóór grote, vierkante Beta-ramen, waarvan smalle verstelbare glaslamellen de luchtstroom regelen. Aan de andere zijde schermen uitkragende galerijen de lokalen af van direct zonlicht.

De open draagconstructie geeft de school een brutaler uiterlijk dan de fijnere rasters in de Baixa. Toch draait ook dit gebouw niet om beton als gewicht. Gangen, vensters en overstekken voeren lucht door de paviljoens en houden de leslokalen uit de volle zon. De school blijft in gebruik; de openbare straatrand biedt daarom het betrouwbaarste zicht op het complex.

Praktisch: station en kerk vanbinnen

Het Museu dos CFM aan Praça dos Trabalhadores is geopend van dinsdag tot en met vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur en in het weekend en op feestdagen van 10.00 tot 16.00 uur; maandag is het gesloten. De gepubliceerde entree bedraagt 50 meticais, met gratis toegang voor kinderen, studenten en zestigplussers. Rondleidingen omvatten de collectie en het stationsgebouw. De Igreja de Santo António da Polana staat aan Avenida Armando Tivane 1701. De parochie publiceert kantoor- en bezoekuren van maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 en 14.00 uur en vermeldt geen entreeprijs. Diensten, onderhoud en parochieactiviteiten kunnen toegang tot deze actieve kerk beperken. O Leão Que Ri, TAP–Montepio en de school zijn het best vanaf de straat te bekijken.

Zestien betonvouwen in Polana

Steile betonvouwen en gekleurd glas vormen de Igreja de Santo António da Polana aan Avenida Armando Tivane.Steile betonvouwen en gekleurd glas vormen de Igreja de Santo António da Polana aan Avenida Armando Tivane.

Nuno Craveiro Lopes ontwierp de Igreja de Santo António da Polana voor de franciscanen. De kerk verrees tussen 1960 en 1962 in een wijk die destijds vooral voor welgestelde Portugese inwoners was bestemd. Haar vorm brak met Português suave, de historiserende stijl die het koloniale bewind lang verkoos.

Zestien radiaal geplaatste membranen van gewapend beton vormen tegelijk wand, draagconstructie en dak. Tussen de geplooide schillen zitten smalle openingen met glas en gekleurd glas-in-lood. De ronde plattegrond groepeert de kerkgangers rond het altaar en biedt plaats aan zeshonderd zittende of negenhonderd staande bezoekers.

De parochie gebruikt de kerk nog altijd en zamelt geld in voor herstel van lekkages en aangetast beton. Boven de ingang lopen de betonnen vouwen naar elkaar toe; gekleurd glas vult de smalle ruimten ertussen.