Mozambique laat zich niet vangen in alleen strand. Langs de Indische Oceaan varen houten dhows langs mangroven, vissersdorpen en eilanden met huizen van koraalsteen. Landinwaarts liggen savannes, wetlands en beboste hooglanden. Portugese, Arabische, Indiase en Afrikaanse handelaren en bewoners hebben hier eeuwenlang sporen achtergelaten. Dat zie je aan gevels en forten, hoor je in marrabenta en proef je in garnalen met piri-piri, matapa van cassaveblad en broodjes met gegrilde kip.
In Maputo staan brede lanen naast markthallen en modernistische gebouwen. Op straat klinken Portugees en lokale talen door elkaar. Muzikanten uit de stad maakten van lokale ritmes, Portugese gitaarpartijen en dansmuziek de stijl marrabenta. Aan de noordkust toont Ilha de Moçambique een ouder Mozambique. Smalle straten lopen langs koraalstenen huizen, moskeeën, kerken en het zestiende-eeuwse fort São Sebastião. Dhows brengen er nog altijd mensen en goederen over het water.
Bij Vilanculos liggen de zandbanken en eilanden van de Bazaruto-archipel. Vissers zetten er zeilen op boven ondiep water, terwijl schildpadden, dolfijnen en doejongs in zee leven. Verder westwaarts kreeg Nationaal Park Gorongosa na de burgeroorlog weer grote kuddes antilopen, olifanten en leeuwen. Grasland, bos en wetlands wisselen elkaar daar af. Wie de kust afwisselt met een paar dagen in het binnenland, ziet hoeveel gezichten Mozambique heeft. Kom kijken, eet mee en neem de tijd.
