Met de boot naar het schildpaddenstrand van Tortuguero
In Tortuguero lopen geen wegen naar het dorp. Boten brengen bewoners en bezoekers door een nat landschap van lagunes, smalle kanalen en dicht regenwoud naar de Caribische kust.
Over het water naar Tortuguero
Passagiers varen per boot door een smal kanaal in Nationaal Park Tortuguero.
De gebruikelijke reis naar Tortuguero eindigt op het vasteland bij de steiger van La Pavona. Daar stappen reizigers over op een boot die via rivier en kanalen naar het dorp vaart. Een wegverbinding ontbreekt; alternatieven lopen over het water vanuit Caño Blanco of Puerto Moín, of door de lucht met een klein vliegtuig.
Die afzondering heeft een duidelijke oorzaak. Tortuguero ligt in een zeer nat laagland aan de noordoostelijke Caribische kust, waar jaarlijks tot 6.000 millimeter regen kan vallen. Rivieren, lagunes, moerassen, overstromingsvlakten en smalle waterlopen nemen er veel ruimte in. Droge wegen en lange wandelpaden zijn schaars.
Bewoners verplaatsen zich daarom vooral per boot of fiets. Dezelfde waterwegen brengen gidsen, onderzoekers en bezoekers naar het dorp, het nationale park en de kust. Tijdens de vaart volgt open rivierwater op smallere doorgangen, met nat bos direct langs de oever. Daarna verschijnen steigers en huizen van Tortuguero. De Caribische Zee ligt aan de andere kant van de smalle kuststrook.
Het nationale park omvat zee, strand, zoet water en verschillende typen regenwoud. De broedstranden van zeeschildpadden vormden een belangrijke reden om de kust en het aangrenzende land samen te beschermen.
Langzaam door de kanalen
Vanaf een kleine boot is het natte binnenland beter te bekijken dan vanaf de grond. Tussen brede lagunes en smalle caños staat de begroeiing langs de oever vaak zo dicht dat het zicht vanaf een bospad snel ophoudt. Vanaf het water blijven stammen, lage takken en modderige oevers langer zichtbaar.
Brilkaaimannen kunnen half tussen de oeverplanten liggen. Zoetwaterschildpadden rusten soms op een gevallen stam, terwijl leguanen en basilisken dicht bij het water blijven. Jacana’s, anhinga’s, ijsvogels en reigers behoren tot de waarnemingen die hier goed mogelijk zijn. Ook de grote groene ara leeft in het gebied.
Een luiaard kan hoog in een boom op een vorm van bladeren lijken. Apen vallen soms eerder op door geluid dan door zicht. Mantelbrulapen dragen hun roep ver door het bos; witkopsaki’s en slingeraapjes bewegen vaker hoog in de kruinen.
West-Indische zeekoeien leven eveneens in deze wateren, maar troebel water en hun stille gedrag maken een volledige waarneming zeldzaam. Een rug, snuit of rimpeling is waarschijnlijker dan een dier dat lang naast de boot blijft. Jaguars, tapirs, ocelotten en rivierotters komen in het beschermde gebied voor, maar hun schuwe of nachtelijke gedrag maakt ze geen realistische belofte voor een wandeling.
Brede, kalme stukken zoals Caño Harold geven meer zicht op de oevers. Daar tekent het landschap zich helder af: water voor de boot, een groene wand aan beide kanten en daarachter een bos dat op veel plaatsen overstroomt.
Onder het bladerdak
Op land verandert de schaal. Het park omvat hoog regenwoud, moerasbos, overstroomd bos en moerassen met yolillo-palmen. Warmte, vocht en regen horen het hele jaar bij dit kustgebied, waardoor paden nat of modderig kunnen zijn.
Tijdens een wandeling zijn kleine dieren vaak waarschijnlijker dan grote zoogdieren. Vogels, insecten, reptielen en kikkers leven tussen de lage begroeiing en de boomkruinen. Tijdens begeleide avondwandelingen kunnen rode-ogenboomkikkers, glaskikkers en rookkikkers zichtbaar of hoorbaar zijn, afhankelijk van regen en locatie.
Een kanaaltocht en een wandeling laten daarom niet hetzelfde zien. Vanaf de boot blijven dieren aan de waterkant soms zichtbaar. Op een pad beperken stammen, bladeren en palmen het zicht vaak tot een klein stuk bos.
Drie soorten op één kust
Op het strand van Tortuguero nestelen regelmatig drie soorten: de groene zeeschildpad, de lederschildpad en de karetschildpad. Tortuguero is vooral een belangrijk broedstrand voor de groene zeeschildpad. De andere twee soorten komen in kleinere aantallen aan land.
Lederschildpadden nestelen doorgaans van maart tot juli, met de duidelijkste activiteit in april en mei. Hun jongen kunnen na ongeveer twee maanden uitkomen, zodat het uitkomen grofweg van mei tot september valt.
Groene zeeschildpadden gebruiken het strand ongeveer van half juni tot november. Voor bezoekers vallen de belangrijkste maanden tussen juli en oktober, met de meeste eiafzetting van begin augustus tot half september. Na half oktober worden nog maar weinig nieuwe nesten aangelegd. Jongen uit eerdere nesten verschijnen later. Oktober en november bieden daardoor een betere kans op jongen uit de pieknesten van augustus en september.
Karetschildpadden kunnen het hele jaar nestelen, maar hun aantallen zijn klein en onvoorspelbaar. De beste kans ligt ongeveer tussen mei en oktober. Voor deze soort bestaat geen betrouwbaar afzonderlijk kijkseizoen voor jongen.
Een vrouwtje komt ’s nachts uit zee, zoekt een plek, graaft en legt tijdens dezelfde strandbeurt haar eieren. Aankomst en eiafzetting zijn dus geen aparte seizoenen. Ook in de juiste maand blijft een waarneming onzeker. Schildpadden volgen geen excursieschema, en jongen kunnen het zand verlaten zonder dat een groep aanwezig is.
Wachten tot de schildpad eieren legt
Tijdens het broedseizoen is het strand tussen 18.00 en 06.00 uur alleen toegankelijk met een geaccrediteerde gids en een erkende excursie. Overdag mogen bezoekers het strand op na aanmelding bij de parkkiosk, maar nesten uitgraven en jongen aanraken zijn verboden.
Bij een nachtexcursie krijgt de gids een strandvak en tijdslot toegewezen. Rastreadores zoeken het strand af, terwijl bezoekers bij een aangewezen plek wachten. De gids brengt de groep pas dichterbij wanneer een schildpad rustig is en daadwerkelijk eieren legt. Bezoekers kijken dus niet toe tijdens haar aankomst uit zee, het zoeken naar een nestplek of het eerste graafwerk.
Een gids begeleidt binnen dit systeem hoogstens elf mensen, inclusief de gids. Bij één schildpad mogen maximaal twintig mensen kijken, verdeeld over beurten van tien. De groep blijft compact en stil, raakt dier, spoor en nest niet aan en houdt de route naar zee vrij.
Licht maakt het verschil tussen zorgvuldig en storend bezoek letterlijk zichtbaar. Bezoekers dragen donkere, niet-reflecterende kleding en gebruiken geen zaklamp, telefoonscherm of cameraflits. Alleen de gids mag zo nodig rood gefilterd licht gebruiken. Wit licht kan een vrouwtje afleiden of terug naar zee laten keren voordat zij eieren heeft gelegd. Camera’s, telefoons en videoapparatuur zijn tijdens de nachtelijke observatie niet toegestaan.
Praktisch
Bezoekers wachten met een geaccrediteerde gids op een schildpaddenobservatie op het strand van Tortuguero.
De gedeelde boot vanaf La Pavona doet ongeveer een uur over de reis en kost als richtprijs ₡4.000, ongeveer US$9, per persoon voor een enkele reis. Bevestig de overtocht vooraf en geef door bij welke steiger of lodge je wilt uitstappen. SANSA vliegt dagelijks in ongeveer dertig minuten van San José naar Tortuguero; het tarief wisselt per datum. Voor de paden en kanalen van het nationale park koop je vooraf via SICORE een toegangsbewijs. Buitenlandse volwassenen betalen momenteel US$16,95 inclusief belasting. Een nachtelijke schildpaddentocht moet vooraf via een lodge of lokale aanbieder met geregistreerde gids worden vastgelegd.
Als de gids het teken geeft, loopt de groep zonder wit licht over het zand. Het vrouwtje gebruikt haar achterflippers om de kuil toe te dekken. Daarna gaat iedereen opzij. Tussen haar zware spoor en de donkere waterlijn blijft een vrije strook zand.
Verder ontdekken
