Istanbul trekt meteen de aandacht met de Bosporus. Veerboten steken het water over tussen Europa en Azië, meeuwen duiken achter broodkorsten aan en obers zetten tulpvormige glazen thee op tafel. Langs de oever staan Ottomaanse paleizen naast flats en kantoren. Buiten de stad verandert het land snel. In Cappadocië sneden wind en regen valleien uit het zachte vulkanische gesteente. Bewoners groeven er kerken, voorraadruimtes en ondergrondse steden uit. Bij zonsopkomst hangen luchtballonnen boven de rotsen; op de paden in Rose Valley en Ihlara Valley zie je de uitgehakte kamers van dichtbij.
Aan de Egeïsche kust loopt de marmeren hoofdstraat van Efeze langs badhuizen en de gevel van de Bibliotheek van Celsus. Olijfbomen staan op de heuvels rond de oude stad. In İzmir en Ayvalık vullen koks tafels met vis, meze en groenten in olijfolie. Verder zuidwaarts liggen dennenbossen en kleine baaien vlak bij antieke graven en drukke badplaatsen.
Het droge, open landschap van Centraal-Anatolië vormt een scherp verschil met die kust. In Ankara liggen Hettitische en Frygische vondsten in het Museum van Anatolische Beschavingen. In Gaziantep en Şanlıurfa werken bakkers, steenhouwers en marktkooplieden in oude straten. Baklava, kebab en lahmacun smaken er anders dan aan de kust, omdat elke streek eigen recepten en producten gebruikt. Turkije laat zich goed bekijken aan een kade, op een markt of aan een lange tafel. Ga erheen en neem de tijd om te kijken, te proeven en rond te lopen.
