Nepal laat zich niet vangen in alleen hoge bergen. Ten zuiden van de Himalaya liggen groene heuvels, rijstterrassen en de vlakke Terai. In de Kathmanduvallei staan hindoeïstische tempels naast boeddhistische stoepa’s. Buiten de steden werken boeren op kleine akkers met handgereedschap. Op bergpaden passeren wandelaars rododendrons, stenen huizen en theehuizen, met hoge toppen boven de dalen.
Newar-ambachtslieden gaven Patan en Bhaktapur hun bakstenen paleizen, houten raamkozijnen en pagodes. Op de pleinen staan waterbekkens, tempelbeelden en werkplaatsen van pottenbakkers en metaalsmeden. Bij Boudhanath lopen pelgrims met de klok mee rond de witte stoepa. Onderweg draaien ze gebedsmolens met één hand. In eethuizen komt dal bhat op tafel: rijst, linzensoep, groente en scherpe achar.
Bij Pokhara ligt het Phewameer onder de uitlopers van het Annapurnamassief. Vanaf de oevers beginnen paden naar hangbruggen, kloosters en bergdorpen. Verder zuidwaarts groeien salbomen en hoog gras in Chitwan. Daar leven neushoorns, krokodillen en veel vogelsoorten. Lumbini bewaart de geboorteplaats van Siddhartha Gautama tussen kloosters van verschillende boeddhistische tradities. Blijf vooral ook hangen op een plein, in een theehuis of bij een eenvoudige maaltijd; daar krijgt Nepal een menselijk gezicht.
