Japan laat zich goed zien in de afstand tussen twee haltes. In Tokio stromen forenzen onder videoschermen door station Shibuya, terwijl bezoekers bij Sensō-ji in Asakusa wierook branden. In Kyoto staan houten machiya-huizen in smalle straten naast tempeltuinen en shintoheiligdommen. Dezelfde aandacht voor orde zie je terug op perrons, in kleine winkels en aan een toonbank waar een kok met vaste hand sushi snijdt. Oude gebruiken staan hier niet achter glas; ze horen bij het dagelijks werk en wonen.
De shinkansen vertrekt uit de drukke kuststrook en rijdt langs rijstvelden, steden en berghellingen. Rond Nagano staan boeddhistische tempels tussen beboste bergen. Op het schiereiland Kii lopen pelgrims over oude paden door cederbossen. Hiroshima draagt de sporen van oorlog en wederopbouw, terwijl bezoekers op het nabijgelegen Miyajima langs de rode torii van Itsukushima lopen.
Ook het eten verschilt van stad tot stad. In Osaka bakken koks okonomiyaki op een plaat en verkopen kraampjes takoyaki. In Kyoto serveren kaiseki-restaurants kleine gerechten met groenten, vis en seizoensproducten. Op Hokkaido staan krab, zee-egel en zuivel op de kaart. In een eenvoudig eethuis koop je ramen of soba vaak eerst bij een automaat. In een ryokan brengt een medewerker het diner in meerdere gangen naar je kamer. Stap eens een straat in buiten het station, neem een lokale trein en schuif aan waar buurtbewoners eten. Daar krijgt Japan snel een menselijk gezicht.
