India laat zich niet in één beeld vangen. In Delhi rijdt de metro langs Mogolgraven, brede wegen en markten waar handelaren specerijen afwegen. In Mumbai staan art-decoblokken, kantoortorens, volle stations en visserswijken dicht bij elkaar. Verder zuidwaarts vullen tempelklokken, kokospalmen en rijstvelden het straatbeeld. Talen, gerechten en omgangsvormen veranderen van deelstaat tot deelstaat.
In Varanasi dalen pelgrims af naar de ghats aan de Ganges. Bij zonsondergang steken priesters daar olielampen aan tijdens de aarti. Rajasthan toont een ander gezicht: ommuurde steden, zandstenen forten en koopmanshuizen met beschilderde gevels. In Kerala glijden houten boten door smalle kanalen langs dorpen en palmen. In Tamil Nadu staan tempelcomplexen met hoge poorttorens, bedekt met rijen godenbeelden.
Ook de keuken wisselt per streek. In Punjab komen tarwebrood, linzen en gerechten uit de tandoor op tafel. Aan de westkust gebruiken koks vis, kokos en tamarinde. In het zuiden bakken zij dosa van gefermenteerd rijst- en linzenbeslag, met sambar en chutney erbij. Op stations en langs de weg schenken verkopers chai in kleine glazen of bekers, vaak met melk, suiker en specerijen.
Wie door India reist, ziet oude gebruiken naast een druk dagelijks stadsleven. Neem plaats in een eethuis, loop over een markt of wacht tussen forenzen op een station. Daar krijgt het land al snel een menselijk gezicht. Kom kijken, proeven en blijven hangen.
