Waarom Manises nog altijd van keramiek is
In Manises zit keramiek achter vitrines, in een oude fabriek, op gevels en aan de straat. De stad bouwde die aanwezigheid op met zeven eeuwen klei, glazuur, ovens en vakonderwijs.
Casa Ferraro aan Carrer del Sagrari
Wie door het historische centrum van Manises loopt, komt bij Carrer del Sagrari uit bij Casa Ferraro. Dit herenhuis uit 1784 heeft drie verdiepingen, een symmetrische gevel, smeedijzeren balkons en veelkleurige achttiende-eeuwse tegels onder de vensters. Rechts op de eerste verdieping hangt een tegelpaneel van de Heilige Drie-eenheid. Binnen staat een laat-vijftiende-eeuws gotisch portaal.
Sinds de restauratie en uitbreiding die in 1985 begonnen, huisvest het pand het Museu de la Ceràmica de Manises. Trappen en hellingbanen lopen rond een centrale vide onder een doorschijnend gewelf. De zalen volgen de lokale productie in een oplopende lijn, van de veertiende naar de twintigste eeuw. Dat is een passend begin voor Manises: het museum staat in een burgerhuis, niet in een fabriek, maar de gevel laat al zien dat gebakken klei hier ook buiten een werkplaats thuishoort.
Achttiende-eeuwse veelkleurige tegels zitten onder de vensters van Casa Ferraro aan Carrer del Sagrari in Manises.
De vaste collectie telt meer dan 5.500 stukken, grotendeels uit Manises. Vondsten uit de stadsbodem en schenkingen van bewoners en fabrikanten verbinden de vitrines rechtstreeks met de stad. Groen-mangaanwerk, kobaltblauw aardewerk, blauw-gouden metaalglans, barokke polychromie, modernistische stukken en vroege twintigste-eeuwse tegels met buisglazuur liggen er niet als een parade van losse stijlen. Ze laten zien hoe lokale makers telkens andere voorwerpen en technieken gebruikten.
Goudglans uit een zuurstofarme oven
Manises kreeg zijn positie door een lange, maar concrete reeks omstandigheden. Islamitische pottenbakkerswerkplaatsen bleven na de christelijke verovering van Valencia bestaan. Pere Boïl, heer van Manises, verzekerde zich van geschikte pottenbakkersklei en onderhield contact met het Nasridische Granada. Rond 1325 is lusteraardewerk uit Manises al gedocumenteerd.
Mudéjar-ambachtslieden werkten onder christelijk bestuur door met kennis die via al-Andalus naar het Valenciaanse gebied was gekomen. Daaruit groeide reflejo metálico, het metaalglansaardewerk waarmee Manises bekend werd. Makers brachten een uiterst dun laagje metaaldeeltjes aan op lood-tinglazuur. Daarna bakten zij pigmenten met onder meer zilver- en koperverbindingen in een zuurstofarme oven.
Dat proces verklaart het uiterlijk beter dan welk bijvoeglijk naamwoord ook. Het glazuur kan goudkleurig, koperbruin of iriserend lijken en verandert met de invalshoek van het licht. Vroege teksten noemden dit werk opus aureum, gouden werk. Gebakken klei speelde hier dus overtuigend voor edelmetaal, zonder zich daarvoor te hoeven verontschuldigen.
De herkenbare kleuren zijn een roomwitte ondergrond, diep kobaltblauw en goud- tot koperkleurige glans. Tin maakte het glazuur wit en opaak; kobaltoxide gaf de blauwe lijnen hun krachtige kleur. Vroege decoraties gebruikten geometrische patronen, ineengestrengelde lijnen, gestileerde bladeren en soms pseudo-kalligrafie uit de islamitische en mudéjartraditie. Later verschenen gotische plantenmotieven, wapenschilden en renaissance-invloeden voor christelijke opdrachtgevers.
De werkplaatsen maakten meer dan schalen en kruiken. Zij leverden vloertegels voor belangrijke gebouwen in Valencia, heraldische tegels voor pausen en grote bestellingen voor kastelen in Napels en Gaeta. Via de haven van Valencia bereikte het aardewerk Noord-Italië. De internationale handel gaf Manises in de late middeleeuwen een naam die verder reikte dan de stad zelf.
De tegelpers vertelt wat de schaal niet vertelt
In de technologiezaal van het museum staan gereedschappen naast de afgewerkte voorwerpen. De presentatie behandelt kleibereiding, vormgeving, glazuur, decoratie en bakken met originele werktuigen. Er staan onder meer een tegelpers uit de late negentiende eeuw, een oven van Arabisch type voor metaalglansbakken en een maquette van een faiencefabriek uit het midden van de twintigste eeuw. Het museum bewaart bijna 1.400 gereedschappen en gebruiksvoorwerpen, meestal afkomstig van lokale bedrijven en particulieren.
Dat materiaal laat ook de breuken zien. Na de verdrijving van de Morisco’s in 1609 verloor Manises veel meester-pottenbakkers. De productie van blauw en metaalglans kwam daardoor in een crisis terecht. Aan het eind van de achttiende eeuw wonnen fijn aardewerk en levendige polychromie terrein onder invloed van de fabriek van Alcora.
In de negentiende eeuw groeiden werkplaatsen uit tot fabrieken voor fijn aardewerk en tegels. Vanaf de jaren 1840 nam de tegelproductie opnieuw sterk toe. Twintigste-eeuwse producenten gebruikten witte kalkhoudende kleimassa’s, gipsmallen en sjablonen voor seriewerk. Tegels kregen reliëf en buisdecoratie in modernistische en art-decostijl, terwijl andere makers historiserend Hispano-Moors metaalglanswerk bleven maken. Ook speelgoed, fantasievolle botijos, keramische waterfilters en vanaf 1943 porselein kwamen uit Manises.
Werkplaatsen, lessen en tegels op straat
In Barri d’Obradors staat La Cerámica Valenciana de José Gimeno Martínez, aan C/ Huerto 1. De fabriek werkt al een eeuw zonder onderbreking en staat boven een pottenbakkerswerkplaats uit de vijftiende eeuw. Acht tentoonstellingszalen tonen de collectie. Tijdens een fabrieksbezoek zijn ambachtslieden te zien die keramiek modelleren, glazuren en decoreren. Die drie handelingen maken de afstand tussen museumstuk en huidig werk opvallend klein.
De Escola d’Art i Superior de Ceràmica de Manises houdt het vak ook als opleiding in gebruik. De school biedt een vierjarige graad in keramiek, een tweejarige hogere beroepsopleiding artistieke keramiek en een master in ambacht, ontwerp en duurzame keramische productie. Studenten werken er met modelleren, sculptuur, digitale technieken en een vormenlaboratorium. Een draaischijf en digitale apparatuur delen hier gewoon een gebouw. Dat is minder dramatisch dan het klinkt, maar wel veelzeggend.
Ambachtslieden modelleren, glazuren en decoreren keramiek bij La Cerámica Valenciana in Manises.
Ook buiten liggen de sporen niet verstopt. De gevel van El Arte combineert tegels met een Arabiserend deel in metaalglans. Aan de Avenida Blasco Ibáñez staan een monument voor keramist José Gimeno Martínez, keramische inleg en monolieten over het ambacht. De Ceramicaroute verbindt onder meer het museum, de oude keramiekschool, El Arte en La Cerámica Valenciana.
Tijdens de Festa de la Ceràmica op 11 en 12 juli 2026 brachten keramisten werk naar de Avenida Blasco Ibáñez. Het programma omvatte demonstraties van draaien, schilderen, metaalglans, raku, keramische bloemen, vlechtwerk en socarrats. Er was ook een draaiwedstrijd voor amateurs en professionals.
Praktisch
Het Museu de la Ceràmica de Manises, C/ Sagrario 22, is sinds 1 augustus 2026 wegens werkzaamheden aan het gebouw gesloten tot nader bericht. Vóór de sluiting was de toegang gratis en moesten alleen groepen vooraf reserveren. Metrovalencia-lijnen 3, 5 en 9 stoppen bij station Manises; buslijnen 106, 150 en 161 rijden naar de plaats. Een rondleiding bij La Cerámica Valenciana de José Gimeno Martínez kost €5.
Een reliëf naast het toeristenbureau
Naast het toeristenbureau hangt een rond keramisch muurreliëf. Keramisten uit Manises, Barcelos en Paducah maakten het tijdens de Festa de la Ceràmica van 2022. De cirkel verwijst naar vuur, zon, metaalglans en de draaischijf. Daar hangt de klei niet achter glas: geglazuurd en gebakken, midden aan de straat.
Verder ontdekken
