Naar Laguna 69: zevenhonderd meter klimmen boven Cebollapampa

Naar Laguna 69: zevenhonderd meter klimmen boven Cebollapampa

De wandeling van Cebollapampa naar Laguna 69 begint op een groene dalbodem en eindigt bij een turkooizen gletsjermeer op 4.604 meter. Tussen beide liggen veertien kilometer, twee klimmen en lucht die met elke bocht ijler wordt.

Een rustig begin in Quebrada Demanda

Het pad naar Laguna 69 volgt een beek door de groene dalbodem van Quebrada Demanda.Het pad naar Laguna 69 volgt een beek door de groene dalbodem van Quebrada Demanda.

Cebollapampa ligt rond 3.900 meter in Nationaal Park Huascarán. Vanaf dit beginpunt volgt de dagwandeling de Quebrada Demanda naar Laguna 69 en over hetzelfde pad terug: ongeveer veertien kilometer, bijna zevenhonderd hoogtemeters en doorgaans zeven uur lopen. Het is geen technische klim, maar op deze hoogte bepaalt het tempo de dag.

De eerste kilometers lopen bijna vlak door de groene dalbodem, naast een beek die uit de hogere gletsjerbekkens komt. Gras, lage begroeiing en queñualbomen staan langs het water. Verderop vallen watervallen van de flanken. Soms zitten vizcacha’s tussen de stenen. De blik reikt steeds verder naar besneeuwde toppen en gletsjers.

De vorm van het dal verklaart die open aanloop. Gletsjers schuurden tijdens het Kwartair diepe, U-vormige dalen uit in de Cordillera Blanca. Steile zijwanden en scherpe kammen bleven staan langs het brede dal. Onder het ijs ligt een kern van graniet en granodioriet, die door opheffing en breuken aan de westelijke rand van Zuid-Amerika bloot kwam te liggen.

Nationaal Park Huascarán omvat 340.000 hectare op beide flanken van de Cordillera Blanca, met ongeveer 660 gletsjers en 300 gletsjermeren. Peru richtte het park in 1975 op; in 1977 kreeg het de status van biosfeerreservaat en in 1985 die van werelderfgoed.

De eerste haarspeldbochten

Na ongeveer een uur breekt de vlakke lijn. Het pad klimt in stenen haarspeldbochten naar een kleine lagune. De route loopt eerst geleidelijk naar circa 4.050 meter en stijgt op deze helling verder richting het vlakkere deel rond 4.300 meter.

Hier blijkt waarom een rustige start telt. Conditie alleen beschermt niet betrouwbaar tegen hoogteziekte; ook de snelheid van stijgen en persoonlijke gevoeligheid spelen mee. Loop op een tempo waarop praten nog lukt. De vlakke stukken bieden gelegenheid om op adem te komen, niet om verloren tijd in te halen.

Boven de haarspeldbochten volgt een korte, betrekkelijk vlakke passage. De begroeide beekvallei ligt lager achter het pad. Vooruit ligt een kaler bekken onder Chacraraju en Pisco.

Water loopt door beide landschappen. Smeltwater en water uit sneeuwvelden zakken langs de steile flanken, voeden watervallen en stromen door naar de beek in het dal. Rotsvallen en puinstromen brengen materiaal van de granodiorietwanden naar dalbodems en meren.

Eerst wennen aan de hoogte

Laguna 69 past beter na minstens twee nachten in Huaraz dan op de aankomst- of eerste volle dag. Houd de eerste 48 uur rustig en kies eventueel lichte wandelingen. Wie rechtstreeks uit het laagland komt of eerder hoogteklachten had, neemt beter meer tijd voor een geleidelijke aanloop. Terugkeren naar een lagere slaaphoogte belast minder dan slapen bij de lagune, maar vervangt acclimatisatie niet.

Hoofdpijn met misselijkheid, duizeligheid, verlies van eetlust of opvallende uitputting is reden om niet verder te stijgen. Verergeren klachten in rust, dan is afdalen nodig. Verwardheid, coördinatieverlies, benauwdheid in rust of hoesten vragen om onmiddellijk afdalen en medische hulp.

Het weer verandert de wandeling net zo zichtbaar als de hoogte. Van mei tot en met oktober is het park meestal droog en koud. Tussen oktober en april valt vaker regen. Ook in juni, juli en augustus kan neerslag vallen, dus een droge maand garandeert geen helder zicht op de toppen.

Regen of natte sneeuw maakt onverharde passages en stenen natter. Op de losse, steile stukken kost vooral de afdaling dan meer tijd. Lage bewolking kan Chacraraju, Pisco en delen van het open dal afdekken. Rond de lagune ligt de gemiddelde jaartemperatuur op slechts 1,5 tot 3 graden Celsius en kan het ’s nachts vriezen.

Praktisch: toegang, vervoer en uitrusting

Laguna 69 is alleen toegankelijk via een reisorganisatie met een lopend contract en toestemming van SERNANP; de operator regelt het digitale toegangsbewijs. Het parkticket kost S/30 voor reizigers die niet in Peru wonen en S/15 voor Peruaanse inwoners; vraag bij het boeken of dit bedrag in de tourprijs zit. De officiële parkinformatie noemt bezoekuren van maandag tot en met vrijdag tussen 8.30 en 15.00 uur. Dagtochten vertrekken doorgaans rond 5.00 uur uit Huaraz, rijden naar Cebollapampa en halen wandelaars daar na de afdaling weer op. Boek bij voorkeur minstens een dag tevoren bij een erkende aanbieder. Neem water, eten, zonbescherming, warme lagen, een wind- en regendichte buitenlaag en schoenen met grip mee. Mei tot en met oktober geeft doorgaans de stabielste omstandigheden; in het regenseizoen vraagt de natte afdaling extra tijd.

De rotsige klim naar 4.604 meter

Wandelaars bereiken de stenige oever van Laguna 69 onder Chacraraju in Nationaal Park Huascarán.Wandelaars bereiken de stenige oever van Laguna 69 onder Chacraraju in Nationaal Park Huascarán.

Boven de vlakke passage begint het zwaarste deel. Het pad stijgt opnieuw in zigzags, nu over lossere stenen en rotsige ondergrond. Deze helling is korter dan de eerste, maar begint rond 4.300 meter en eindigt bij de lagune op 4.604 meter. De grootste hoogte, het steilste terrein en de ijlste lucht vallen hier samen.

Kleine, regelmatige passen houden de inspanning beheersbaar. Een versnelling op losse stenen kost kracht, terwijl de lucht weinig ruimte laat om snel te herstellen. Boven de helling ligt nog een kort vlak stuk naar het water.

Laguna 69 ligt aan de voet van hoge rotswanden. Chacraraju en Pisco staan boven het bekken, met sneeuw en gletsjerijs op hun hogere flanken. Smeltwater van Chacraraju vult de lagune. Zeer fijne mineraaldeeltjes blijven in dat water zweven en verstrooien het licht; daardoor kleurt het oppervlak lichtblauw tot turquoise.

IJs sleet de kom onder de bergwanden uit. Terugtrekkende gletsjers vullen zulke bekkens met smeltwater, waardoor het aantal en de omvang van gletsjermeren in de Cordillera Blanca toenemen. Na het laatste vlakke stuk eindigt het pad aan de oever, bij turkoois water, donkere rots en het ijs van Chacraraju.