Laag voor laag: ajrakh drukken in Ajrakhpur
In Ajrakhpur bouwen Khatri-makers ajrakh op met wassen, beitsen, blokdrukken, verfbaden en zon. De rode lijnen, witte sterren en indigovelden hangen af van vaste handen én van water dat bruikbaar genoeg moet zijn voor natuurlijke verf.
Een dorp dat opnieuw begon
Een Khatri-maker spoelt katoen bij de gemeenschappelijke wasplaats in Ajrakhpur.
Ajrakhpur ligt in Kutch, het droge kustdistrict van Gujarat. De nederzetting ontstond na de aardbeving van 2001, die Dhamadka en de werkplaatsen van Khatri-blokdrukkers verwoestte. Families kochten gezamenlijk grond op ongeveer veertig kilometer afstand. Ze bouwden woningen en ateliers, richtten een gemeenschappelijke wasplaats in en noemden de nieuwe plek Ajrakhpur: stad van ajrakh.
Die verhuizing ging ook over water. Bij Dhamadka kreeg lichtgeel katoen, behandeld met harda, zwarte vlekken door het hoge ijzergehalte in het grondwater. Voor ajrakh was dat funest: de lichte partijen van het patroon bleven niet helder. De families zochten daarom een plek met bruikbaarder water, ruimte voor werkplaatsen en een verbinding met Bhuj.
De Khatri-gemeenschap bracht deze kennis waarschijnlijk in de zestiende eeuw vanuit Sindh naar Kutch en Marwar. De makers vestigden zich bij water, want iedere lap moest tijdens het verfproces herhaaldelijk worden gespoeld. Veehouders in Kutch, Thar en Sindh droegen ajrakh als lungi, tulband of schouderdoek. De stof diende als dagelijks gebruikstextiel en als herkenbaar teken van gemeenschap.
De naam ajrakh wordt meestal verbonden met het Arabische azraq, blauw of indigo. De populaire uitleg aaj rakh, bewaar het tot morgen, past ook bij het werk. Een lap katoen wacht telkens op de volgende drukgang, wasbeurt of droogtijd.
Eerst wassen, dan de gele grondlaag
Het patroon begint niet met een blok, maar met kaal katoen. Tijdens de voorbereiding, saaj, verwijderen makers stijfsel en andere afwerkingen. Ze behandelen de stof met onder meer ricinusolie, soda en kamelen- of geitenmest, wringen haar uit, laten haar half drogen in de zon en herhalen de behandeling. Daarna spoelen ze het doek schoon.
Dan volgt een bad met gemalen harda, of myrobalan. De tanninerijke noot laat een gelige grondtoon achter. Die laag bereidt de vezels voor op de reacties die later zwart en rood maken. Na het drogen borstelen de makers het overtollige poeder weg.
Juist nu kan één slechte spoeling een lap bederven. IJzer in het water kan zwarte vlekken veroorzaken op de nog bleke stof. Zo verdwijnt niet alleen katoen in de afkeur, maar ook het werk van wassen, drogen en beitsen dat eraan voorafging.
Blokken, pasta en een vaste hand
Op lage druktafels leggen de makers het patroon vast. Een gesneden houten blok daalt op de stof neer, maakt een afdruk en schuift op naar de volgende positie. Registratiemerken houden de afdrukken op hun plaats. Verschillende blokken dragen verschillende delen van één motief.
Zo vullen geometrische randen, sterrenvelden en florale vormen de stof. De blokken worden onder meer uit sheesham, rohida en sagwan gesneden. In sommige ateliers liggen blokken uit familiecollecties die een eeuw oud kunnen zijn naast nieuwe blokken met kleinere paisleys, zigzaglijnen en fijne details.
Eerst drukken makers vaak de rekh, een reservepasta van kalk en natuurlijke gom. Die laag houdt indigo en alizarine buiten. Na het wassen blijven op die plekken lichte lijnen, stippen en sterren zichtbaar.
Met een tweede blok brengen ze kat aan: gefermenteerd schrootijzer en rietsuiker, gebonden met gekookt tamarindezaadpoeder. Het ijzer reageert met de harda in de vezel en wordt zwart. De donkere contouren geven het patroon zijn scherpe raster.
Aluin markeert daarna de delen die rood moeten worden. Een pasta van klei, gierstmeel en dhawda-gom beschermt die partijen tijdens het blauwe verfbad. Droog mestpoeder of zaagsel voorkomt dat de natte laag uitloopt. Elke drukgang moet precies aansluiten op de vorige.
Bij dubbelzijdige bipuri-ajrakh drukken makers ook de keerzijde. Symmetrisch gesneden blokken en registratiemerken moeten beide patronen laten samenvallen. De verfijnde minakari-variant vraagt nog meer rondes met reservepasta en indigo.
Indigo komt groen uit het vat
Na de drukgangen gaat het doek in een vat met indigo, kalk, rietsuiker en mosterdzaad. De stof komt helder groen uit het bad. In de lucht oxideert die kleur tot blauw. Voor een diepe, egale ondergrond herhalen makers het indigobad en het drogen soms meerdere keren.
Daarna wassen ze de reservepasta en losse kleur uit. De afgedekte lijnen komen weer tevoorschijn. Tijdens rang koken of weken makers de stof met alizarine of meekrap, gom en dhawda-bloemen. Op de met aluin bedrukte delen ontwikkelt zich rood; de ijzerlijnen worden dieper zwart.
De vier klassieke kleuren liggen dus niet klaar als verfpalet. Indigo geeft blauw. Meekrap of alizarine reageert op aluin en geeft rood. IJzer en harda vormen zwart. De kalk-gomreserve bewaart de lichte katoenvezel.
Water in een droog district
Kutch biedt veel zon om stof te drogen, maar bruikbaar water blijft schaars. Dalend grondwater, verzilting en ijzer maken kleuren dof of onregelmatig en kunnen zwarte stippen achterlaten. Een diepere boorput lost dat niet vanzelf op: in een gedocumenteerd geval leverde die juist water met meer ijzer op.
Dat probleem zit midden in het dagelijkse werk. Makers wassen in een gemeenschappelijke ruimte en gebruiken water uit de dorpsput. Sommigen filteren ijzer met lagen houtskool, zand en steen. Anderen wassen in opgeslagen water in plaats van voortdurend te spoelen met stromend water. Sommige werkplaatsen drukken een achtergrondkleur rechtstreeks op de stof, zodat niet een hele lap door een verfbad hoeft.
Ajrakh blijft ondertussen veranderen zonder zijn basis los te laten. Ateliers bedrukken naast katoen ook khadi, Chanderi, Mashru, Gajji-zijde en tussarzijde. Sari's, dupatta's en losse stof hangen er naast stola's, beddengoed, jassen en jurken. Proefdrukken en nieuwe indelingen ontstaan aan dezelfde tafels waar het overgeleverde blokwerk doorgaat.
Praktisch in Ajrakhpur
Ajrakh Block Print/Real Handicrafts op plot 22 ontvangt bezoekers na contact en verkoopt onder meer sari's, dupatta's, stola's en stoffen; afspraken lopen via info@ajrakhblockprint.com of de telefoonnummers op de eigen website. Ajrakh Workshop nr. 44 heeft ook een winkel, maar noemt geen vaste rondleiding. Het publieke Living and Learning Design Centre aan de Bhuj-Bhachau Highway heeft galerijen, ambachtsstudio's en een winkel en is volgens de eigen informatie open van 10.00 tot 18.00 uur, behalve op maandag en feestdagen. Vraag vooraf welke werkfase die dag plaatsvindt en vraag toestemming voor foto's.
Na de laatste wasbeurt
Ajrakh-makers spreiden pas gewassen katoen met patronen buiten in Ajrakhpur te drogen.
Na de laatste wasbeurt leggen makers de natte banen buiten in de zon. Het water neemt losse verf en resten reserve mee. Op het drogende katoen verschijnen diepe indigovelden en meekraprood, strak gehouden door zwarte lijnen; lichte sterren blijven staan waar de verf de vezel nooit heeft geraakt.
Verder ontdekken
Plekken in dit verhaal
Azië
4 landen en gebieden
India
Pakistan
Kutch, Gujarat
Ajrakhpur
Dhamadka
Bhuj
Bhuj is het historische districtshoofdkwartier van Kutch in Gujarat, India: een voormalige koninklijke hoofdstad met paleizen, musea, ambachtsmarkten en een oud stadscentrum rond een meer.
Sindh
Marwar, Rajasthan
Tharwoestijn
