Hameren tot het licht wordt: bladgoud uit Kanazawa
Meer dan 98 procent van het Japanse bladgoud komt uit Kanazawa. Ambachtslieden slaan er een goudlegering uit tot vellen van ongeveer een tienduizendste millimeter dik, voor tempels, lakwerk, servies en zelfs softijs.
Een kasteelstad vol vaklieden
Ambachtslieden werken zij aan zij in de Osaikusho-werkplaats bij Kanazawa Castle.
Kanazawa dankt zijn bladgoud niet aan een goudmijn in de buurt. Aan het einde van de zestiende eeuw gaf Maeda Toshiie, stichter van het rijke Kaga-domein, opdracht om goud- en zilverblad te maken. Zijn opvolgers besteedden geld aan Noh, theeceremonies en decoratieve kunst. Zij haalden vaklieden uit Kyoto en Edo naar hun kasteelstad.
In het Osaikusho, eerst een werkplaats voor de reparatie van wapens en harnassen, werkten later lakschilders, houtbewerkers en metaalsmeden naast elkaar. Zij leidden leerlingen op en deelden technieken. Zo kwam bladgoud terecht op meubels, kamerschermen, tempelinterieurs, boeddhistische altaren en Kaga-maki-e-lakwerk.
Het shogunaat legde de productie in de achttiende eeuw stil door de handel in goud- en zilverblad voor te behouden aan een gilde in Edo. In de negentiende eeuw liet het Kaga-domein goudslagers uit Kyoto komen voor de herbouw van het afgebrande kasteel. Plaatselijke makers leerden van hen. Na de Meiji-restauratie verdween de gildecontrole. Kanazawa bouwde een eigen productiesysteem op, en mechanische hamers vergrootten vanaf de jaren 1910 de capaciteit.
Ook het klimaat speelt mee. Droge lucht en statische elektriciteit kunnen flinterdun goud doen scheuren. De vochtige lucht van Hokuriku helpt goudslagers bij het hanteren van het kwetsbare materiaal.
Goud, zilver en een half jaar papierwerk
Kanazawa-haku begint niet met zuiver goud. Voor traditioneel entsuke-blad mengen makers goud met kleine hoeveelheden zilver en koper. De verhouding beïnvloedt de kleur. De legering smelt rond 1.300 graden Celsius, wordt gegoten en gaat herhaaldelijk door een wals tot een dunne strook ontstaat.
Het papier vraagt minstens evenveel vakkennis. Makers behandelen handgeschept ganpi-washi maandenlang met water, loog van stro-as, kaki-tannine en soms eiwit. Zij bevochtigen, slaan en drogen het papier steeds opnieuw. Na ongeveer een half jaar is het glad en sterk genoeg om de druk van duizenden hamerslagen op te vangen, terwijl het goud gelijkmatig kan uitrekken. Versleten slagpapier eindigt later als vloeipapier.
Dat voorbereide papier onderscheidt traditioneel entsuke van het gangbare tachikiri. Bij entsuke ligt het metaal tijdens het slaan tussen langdurig behandeld washi. Makers verwerken en snijden tachikiri-blad efficiënter met glassinepapier. Dat blad gaat onder meer naar betaalbaardere gebruiksvoorwerpen, cosmetica en decoratieve producten. Restaurateurs gebruiken entsuke voor belangrijk cultureel erfgoed.
Onder de hamer
De gewalste goudstrook wordt in kleine vierkantjes geknipt. Elk stukje gaat tussen slagpapier. De stapel wordt in leer gewikkeld en onder een slagmachine gelegd. Na iedere ronde brengt de maker het goud over naar groter papier. Soms snijdt hij het opnieuw in vieren. Zo groeit een stukje uit tot een vierkant van ongeveer twintig centimeter en één micrometer dik: de tussenfase uwazumi. Een lichte eindslag tussen kraftpapier maakt het oppervlak minder kleverig.
Daarna verdelen bamboe hulpmiddelen de uwazumi in negen tot twaalf stukken. Makers leggen die stuk voor stuk tussen ongeveer 1.800 vellen slagpapier. De in leer gewikkelde bundel gaat opnieuw onder de machine. Het hameren verloopt in korte rondes, want warmte kan het goud aan het papier laten kleven. Tussen twee rondes openen makers het pakket en laten zij het afkoelen.
Het blad eindigt op ongeveer 0,1 micrometer dikte. Dan reageert metaal bijna als een vlies. Een geringe luchtstroom of statische elektriciteit kan het laten kreuken of scheuren. Makers raken het daarom niet met hun vingers aan. Met bamboetangen halen zij ieder vel uit het papier, controleren het en bewaren het in een boek van mitsumata-papier.
Voor het snijden ligt het goud op een plank met hertenleer. Een vierkant bamboeraam snijdt het blad op de standaardmaat van 10,9 bij 10,9 centimeter. Daarna leggen makers elk vel op iets groter mitsumata-papier. Die zichtbare papieren rand gaf entsuke zijn naam: ‘met rand’.
Een dunne huid over hout en lak
In een Kanazawa-butsudan, een boeddhistisch huisaltaar, komen houtsnijwerk, zwarte lak, maki-e en bladgoud samen. De brede aanhang van het Jodo Shinshu-boeddhisme in de regio zorgde voor een vaste vraag naar zulke altaren, tempelinterieurs en rituele voorwerpen. De vergulde binnenruimte verbeeldt het licht van de boeddhistische wereld.
Lakwerkers zetten bladgoud of goudpoeder met lak vast in fijne maki-e-patronen op bijvoorbeeld theegerei en schrijfkistjes. Op kamerschermen hechten makers de vellen met lijm van dierlijke oorsprong. De afwerking van de laklaag bepaalt daarna of het goud mat wordt of spiegelend glanst.
Dezelfde techniek bedekt delen van historische architectuur, waaronder Kinkaku-ji en Nikkō Tōshōgū. Een kleine hoeveelheid goud kan een groot oppervlak bekleden. Het soepele blad volgt reliëf, bochten en fijn snijwerk. Daarom blijft traditioneel entsuke-blad nodig bij restauraties van monumenten en cultuurgoederen.
Van theekamer tot vulpen
Hedendaagse makers gebruiken het materiaal op andere voorwerpen. Hakuichi verwerkt bladgoud in houten servies, USB-sticks en vulpennen. Hakuza verkoopt servies, accessoires en tassen met een eigen goud-platinalegering. In de Hikari-gura in Higashi Chaya is de buitenwand bekleed met platinablad en de binnenwand met 24-karaats goudblad.
In Kanazawa zien bezoekers het ambacht ook buiten de werkplaats. Bij Sakuda staan werk van bladgoudmakers, goudschermen, cosmetica, eetbare producten en workshops bij elkaar. De Golden Tea Room van Hakuza bestaat uit ongeveer 40.000 stukjes traditioneel entsuke-blad. Daar bedekken kleine, zorgvuldig aangebrachte vellen de hele ruimte.
Restaurants en patissiers gebruiken voedselveilig bladgoud als afwerking. Het voegt geen smaak of geur toe. In Higashiyama verkopen winkels voor cosmetica en verzorging vloeipapier en producten waarin goudblad als zichtbaar ingrediënt is verwerkt.
Praktisch kijken en zelf plakken
Hakuza Main Store, 1-30-4 Moriyama, biedt na reservering een programma rond traditioneel entsuke-blad, met hameren, papierlagen vullen, uitnemen en snijden met een bamboeraam; de winkel is dagelijks open van 9.30 tot 17.30 uur. Het Kanazawa Yasue Gold Leaf Museum, 1-3-10 Higashiyama, toont gereedschap en toepassingen in lakwerk, kamerschermen, textiel, keramiek en boeddhistische kunst; toegang kost ¥310 en het museum opent van 9.30 tot 17.00 uur, behalve op dinsdag. Bij Hakuichi Hakukokan, 2-1-1 Morito, zijn presentatie, winkel en café gratis toegankelijk; voor de betaalde plakworkshop is reserveren nodig.
Eén vel op softijs
Een medewerker van Hakuichi legt een volledig vel bladgoud over softijs in Kanazawa.
Bij Hakuichi krijgt bladgoud een heel ander oppervlak. De zaak bedekt een softijsje met één volledig vel eetbaar goudblad, dat luchtig op het ijs wordt gelegd. Die handeling lijkt op het overbrengen van goud naar een ondergrond in de werkplaats.
Het goud heeft geen smaak en geen geur. Op het witte ijs ligt het als een dunne, ononderbroken huid die bij de kleinste beweging plooit en licht vangt.
Verder ontdekken
