Granville Island tussen markthal en werfkade

Granville Island tussen markthal en werfkade

Onder de Granville Street Bridge delen visverkopers, glasblazers, zilversmeden en scheepsmonteurs een voormalig industrieterrein aan False Creek. Oude werkplaatsen huisvesten er nu de markt, ateliers en bedrijven aan de waterkant.

Heilbot, honing en donuts in de Public Market

Visverkopers fileren heilbot onder zware houten balken in de Public Market op Granville Island.Visverkopers fileren heilbot onder zware houten balken in de Public Market op Granville Island.

De Public Market vult zes samengevoegde industriegebouwen. Hier leverden bedrijven ooit materieel aan bosbouw, mijnbouw en scheepvaart; nu verkopen meer dan vijftig onafhankelijke voedselzaken er hun waar. Zware houten kolommen staan nog tussen de kramen. Boven de vloer hangt een hijsinrichting die tien ton kon tillen.

De verkopers staan niet in een nagebouwde fabriekshal. Het houten machineatelier van B.C. Equipment, de eerste huurder uit 1917, maakt deel uit van de markt. Groente, vis en brood liggen dus onder dezelfde draagconstructie die ooit machines en materiaal droeg.

Aan de visbalies komt de Pacifische kust dichtbij. Medewerkers van Seafood City fileren zeebrasem en heilbot. Longliner Seafoods verkoopt verse en gerookte lokale vis; de familie Moorehead hoorde met die zaak bij de eerste huurders van de markt. Zalm ligt er vers, gerookt of gekonfijt met ahornsiroop. Aan de toonbank gaan filets op de weegschaal, daarna in papier of een tas voor thuis.

Een paar stappen verder liggen bessen, kersen, paprika's en paddenstoelen van Four Seasons Farm. A Bread Affair bakt brood in kleine partijen zonder conserveringsmiddelen. Terra Breads werkt met lokale en seizoensgebonden ingrediënten. Lee's Donuts bakt sinds 1979 dagelijks klassieke donuts; voor de Honey Dip vormt zich geregeld een rij.

De voorraadkast reikt verder dan vis en fruit. Benton Brothers snijdt kazen uit Canada en andere landen. Familiezaak Zara's verkoopt verse pasta, sauzen, olijven en antipasti. Bij Oyama liggen patés, salami's, hammen en worsten. In het eetgedeelte staan pad thai, schnitzel en vegetarische phở, Vietnamese noedelsoep, naast elkaar. De markt laat zo zien hoe oogst uit British Columbia en vis uit de kustwateren samenkomen met keukens die Vancouver hebben gevormd.

Ook kleine producties krijgen ruimte. Hobbs Pickles maakt deli-pickles in beperkte oplagen. Chilliwack River Valley Honey verkoopt ongepasteuriseerde, minimaal gefilterde honing die met de hand wordt geschonken. Wisselende dagverkopers vullen dat vaste aanbod aan met handgemaakte producten.

Van zandplaat tot werkterrein

Granville Island is geen natuurlijk eiland. Coast Salish-gemeenschappen visten en verzamelden voedsel op de zandplaat in False Creek. In 1916 damden arbeiders de plaat in en hoogden haar op met baggermateriaal. Zo ontstond Industrial Island, met kades, spoor, wegen, loodsen en fabrieken voor onder meer bosbouw, mijnbouw, bouw en scheepvaart.

In de jaren dertig werkten ongeveer 1.200 mensen bij veertig bedrijven. Zij maakten onder meer touw en kettingen in eenvoudige vakwerkloodsen met gevels van golfplaat. Na de Tweede Wereldoorlog nam goederenvervoer over de weg toe. Bedrijven vertrokken naar de buitenwijken en branden versnelden het verval.

Vanaf 1975 kregen de bestaande gebouwen stap voor stap andere gebruikers. Oude loodsen werden ateliers, winkels, theaters, horeca en gemeenschapsruimten, naast bedrijven die op het terrein bleven werken. De golfplaten gevels kregen felle kleuren, maar de lage industriële bouwvormen bleven staan.

Ook de straten wijken af van een gewone winkelwijk. Voetgangers, fietsers en langzaam verkeer gebruiken er dezelfde ruimte, zonder een strikte scheiding tussen stoep en rijbaan. Grote werkdeuren, metalen gevels en industriële ramen houden het vroegere gebruik zichtbaar.

De Net Loft draagt nog de naam van het visserijbedrijf dat er netten verfde en ophing. Boven een parkeeringang aan Anderson Street staat Canada Chain & Forge; binnen bleef een enorme kettingschakel achter. Een gele kraan herinnert aan het verplaatsen van zware materialen.

Glas, zilver en bezems in de oude loodsen

In het Artisan District en de Net Loft werken houtbewerkers, edelsmeden, glasmakers, textielmakers en bezembinders. Dalbergia Wood + Fine Objects, Aurum-Argentum, Hammered & Pickled, Vancouver Studio Glass en de Granville Island Broom Company behoren tot de ateliers.

Vancouver Studio Glass werkt als open atelier en galerie; bezoekers kunnen het team er tijdens het werk zien. Het gesmolten glas krijgt zijn vorm op dezelfde plek waar de makers het eindproduct tonen.

Hammered & Pickled maakt ringen, kettingen, armbanden en oorbellen ter plaatse. De naam verwijst naar twee handelingen van de zilversmid: hameren en beitsen. In de bezemmakerij verwerken makers onbehandelde broomcorn, een sterke sorghumvezel, volgens Shaker-methoden tot bezems. Voor een platte bezem spreiden, trimmen en stikken zij de vezels. Handvatten kunnen van populierenhout, manillatouw, gesmeed ijzer of andere houtsoorten zijn.

Niet elk atelier geeft doorlopend demonstraties. De werkplaatsen zijn wel meer dan verkooppunten: makers gebruiken loodsen die ooit machines en industriële voorraden moesten bevatten. Brede deuren, robuuste vloeren en houten draagconstructies bieden nu plaats aan ovens, werkbanken, gereedschap en galeries.

Praktisch

De Public Market is dagelijks open van 9.00 tot 18.00 uur. Afzonderlijke zaken kunnen andere tijden hanteren; in januari sluit de markt op maandagen voor onderhoud. Bus 50 rijdt vanuit downtown naar de ingang bij Anderson Street en West 2nd Avenue. Aquabus en False Creek Ferries leggen vlak bij de markt aan; voor een gewone overtocht met False Creek Ferries is geen reservering nodig. Betaald parkeren is beperkt beschikbaar van 9.00 tot 22.00 uur. In het drukke zomerweekendblok van 11.00 tot 18.00 uur kost het C$6 per uur.

De laatste meters over False Creek

Werfmedewerkers hijsen een zeilboot uit False Creek voor reparatie op Granville Island.Werfmedewerkers hijsen een zeilboot uit False Creek voor reparatie op Granville Island.

Aan de waterkant werkt de oude industrie door. De Big Red Barn was een magazijn en machinewerkplaats van National Machinery Company en maakt nu deel uit van een maritieme markt en scheepswerf. Verderop draait een betoninstallatie die al sinds 1917 op het terrein staat; de silo's bleven onder de Granville Street Bridge staan.

Op de werf tillen medewerkers zeil- en motorboten uit het water voor inspectie en reparatie. Rond de mobiele lift gebeuren motorwerk, tuigage, glasvezelherstel, fabricage en andere onderhoudsklussen. De lift kan vaartuigen tot 75 voet behandelen. Langs deze oever liggen dus niet alleen afgemeerde plezierboten, maar ook rompen op het droge, hijsmaterieel en open werkdeuren.

De huidige Granville Street Bridge opende in 1954. Bouwers legden het brugdek hoog genoeg zodat schepen zonder beweegbaar brugdeel kunnen passeren. Onder dat dek ligt Chain & Forge Plaza, een autovrije plek die de naam draagt van de voormalige kettingfabriek.

Aquabus legt aan tussen de Public Market en het Arts Club Theatre. False Creek Ferries gebruikt een eigen steiger bij Bridges Restaurant. De Public Market Dock ontvangt kleine passagiersveren en bezoekende boten. Een helling verbindt de vaste wal met de drijvende steiger en volgt het getij.

Een veerboot bereikt de markt laag boven False Creek. Op de loopbrug verandert de helling met de waterstand. Daarachter staat de oude markthal, terwijl boten onder de hoge brug doorvaren.