Canada loont al de moeite door de scherpe verschillen tussen zijn steden en landschappen. In Toronto lopen op straat tientallen talen door elkaar. In Québec houden cafés, platenzaken en bistro’s een Franstalige cultuur zichtbaar, met eigen gerechten, muziek en geschiedenis. Verder naar het westen liggen de Rocky Mountains achter donkere naaldbossen en turquoise gletsjermeren. Tussen Montréal en Vancouver strekken bossen, akkerland en rotsvlaktes zich uit over duizenden kilometers. Daardoor liggen steden vaak als losse plekken in een groot landschap.
De nationale parken trekken veel bezoekers, maar langs de kust en in de steden krijgt Canada een ander gezicht. Rond de haven van St. John’s staan houten huizen tegen de heuvels. Veerboten varen van Newfoundland naar kleine kustgemeenschappen. Op de prairies staan graansilo’s langs het spoor en trekken goederentreinen door vlak land. In Vancouver liggen flats, markten en restaurants tussen de oceaan en de bergen. Veel keukens in de stad dragen invloeden uit China, Japan, India en Korea.
De geschiedenis van Canada begint niet met Europese kolonisten. First Nations, Inuit en Métis spreken eigen talen en houden kunst, bestuur en kennis van hun gebieden levend. Op Haida Gwaii vertellen Haida-gidsen over oude dorpsplaatsen en gebeeldhouwde palen. Het Canadian Museum for Human Rights in Winnipeg behandelt ook kolonisatie en gedwongen onderwijs. Daar krijgt het landschap een geschiedenis van mensen die er al generaties wonen.
Neem de tijd voor een wijk, een haven of een klein museum naast de bekende bergmeren. Canada laat zich het best zien in zulke concrete plekken, waar mensen hun taal, eten en verleden delen.
