Filmsterren op blik: de rijdende riksjakunst van Dhaka
Op de fietsriksja van Dhaka bedekt kunst geen keurige museumwand, maar blik, kunststof, een kap en soms zelfs de rugleuning. Terwijl de bestuurder trapt, bewegen filmgezichten, pauwen, bloemen en geschilderde landschappen door het dagelijkse verkeer.
Een schilderij boven de ketting
De rechthoekige achterplaat vormt het hart van een beschilderde riksja. Dit stuk blik schermt de ketting en tandwielen af, maar schilders gebruiken het tegelijk voor portretten, landschappen, dieren, gebouwen en tekst. De decoratie kan doorlopen over het ijzeren frame, de kap, voetsteunen en een rugleuning van kunstleer. Kwasten, klatergoud, plastic bloemen en kleine messing vaasjes horen bij die aankleding.
Een fietsriksja blijft intussen een gebruiksvoorwerp. Eén bestuurder brengt passagiers op eigen kracht door de stad. De lage snelheid maakt de beelden leesbaar voor voetgangers en andere weggebruikers; daardoor verschijnt de riksja ook als een klein, rijdend beeldvlak in het verkeer. Dezelfde achterplaat beschermt een mechanisch onderdeel, draagt een opdracht van een eigenaar en toont werk van een schilder.
Een bestuurder trapt op een fietsriksja in Dhaka met een beschilderde blikken kettingkast.
Fietsriksja’s bereikten Dhaka in 1938. In de jaren vijftig gingen eigenaren ze uitgebreider versieren in de concurrentie met de paardgetrokken tomtom. Bloemenpatronen groeiden uit tot een aankleding die bijna de hele constructie besloeg.
Bloemenranden rond een filmgezicht
Schilders gebruiken email- en olieverf op metalen ondergronden, soms op hergebruikt blik dat al een emaillaag heeft. Zij tekenen uit de vrije hand of werken met sjablonen. Bronnen noemen kwasten van eekhoornhaar en van synthetische vezels. Neongeel, vermiljoenrood, smaragdgroen en kobaltblauw behoren tot de felle kleuren die bij recente lessen en workshops zijn vastgelegd.
De bloemranken langs de randen komen niet uit het niets. Onderzoek verbindt ze met decoratieve gebruiken die migranten uit dorpen meenamen naar Dhaka, waaronder alpana, beschilderde huisraad en dorpsornamenten. Bloemen, bladeren, vogels en dieren kwamen zo op een stedelijk voertuig terecht. Binnen die randen kunnen schilders een moskee, de Taj Mahal, een pauw, een tijger, een boot op een rivier of een dorpstafereel zetten.
Film leverde een tweede voorraad beelden. Vanaf de jaren zestig werden sterren en actiescènes geliefde onderwerpen. Schilders putten uit Indiase en Pakistaanse films, televisiebeelden, straatposters en bioscoopreclame. Soms voegden zij gezichten en situaties uit verschillende promoties samen op één plaat. Grote figuren bleven zichtbaar tussen de bloemranden, tekst en geometrische patronen.
Ook religie en geschiedenis belandden op de achterplaat. Gedocumenteerde voorbeelden tonen moskeeën, Kali en Durga, de gevleugelde Buraq, nationale helden en voorstellingen van de Bevrijdingsoorlog van 1971. Een naam, spreuk of slogan kan naast zulke figuren staan. Het British Museum bewaart bijvoorbeeld een klein paneel uit de jaren tachtig waarop het woord Allah ter bescherming tussen twee pauwen staat.
Van leerling tot eigen paneel
Riksjaschilders werken op bestelling. De opdrachtgever, beschikbare voorbeelden en de hand van de maker bepalen samen wat er op het metaal verschijnt. De opleiding verliep lange tijd vooral via familie of een meester. Leerlingen keken mee, deden boodschappen, hielpen bij het werk en schilderden daarna kleine onderdelen. Pas later maakten en verkochten zij eigen panelen.
Nobo Kumar Bhadra volgde die leerlijn. Hij begon bij een schilder van filmbanners en riksja’s, ging schetsen en schilderde details van figuren. Na vijf jaar werkte hij zelfstandig. In 2025 bracht een solotentoonstelling zijn nieuwe werk opnieuw samen met de beeldtaal van riksja’s en oude filmbanners.
Mohammad Hanif Pappu en collega-mentoren geven les in riksjaschilderkunst in Chawkbazar, Oud-Dhaka.
Mohammad Hanif Pappu kwam eveneens uit de wereld van de cinema. Hij leerde van een oom, schilderde ongeveer vijf decennia filmposters en ging daarna ook riksja’s beschilderen. In 2024 werkte hij in een atelier aan Hossaini Dalan Road in Oud-Dhaka. Zijn leerling Md Monir Hossain oefende al tijdens zijn basisschooltijd en trad in 1994 als schilder in dienst aan Nazimuddin Road. Later werkte hij met Pappu aan riksjakunst op onder meer gebruiksvoorwerpen.
Sinds 2025 geven Pappu en andere ervaren riksja- en bioscoopbannerschilders les in Pappu’s Art School for All, aan 38 Hossaini Dalan Road in Chawkbazar. Monir Hossain, Rafiqul Islam, Solaiman, Mohammad Shipon, Md Humayun, Abdur Rob, Abdul Karim en Md Dulal behoren tot de gedocumenteerde mentoren. Deze school bevestigt dat makers de techniek nog overdragen. De beschikbare bronnen bewijzen geen groot netwerk van werkplaatsen dat voortdurend nieuwe, volledig handbeschilderde riksja’s aflevert.
Een voertuig in een museumzaal
Het British Museum verwierf in 1987 een groep riksjaobjecten uit Dhaka van Shireen Akbar. Daaronder staat een complete riksja van plastic, hout, blik en rubber, besteld voor de tentoonstelling Traffic Art: Rickshaw Paintings from Bangladesh. Uitgeknipte kunststofdelen en beschilderde panelen maken er bijna ieder onderdeel tot beeldvlak.
Losse onderdelen laten zien hoeveel ruimte de schilders benutten. Een beschilderd zitgedeelte toont gebouwen, een weg met een auto en bus, een bloemenrand en bovenaan een lotus. Het museum bewaart daarnaast afzonderlijke blikken panelen in olieverf. In een vitrine blijven verflaag en voorstelling zichtbaar, maar de ketting, bestuurder en straat ontbreken.
Sinds 2023 staan het bouwen en beschilderen van de riksja’s van Dhaka op de Representatieve Lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van UNESCO. De inschrijving omvat niet alleen de objecten, maar ook opdrachtwerk, werkplaatsen en overdracht tussen makers en leerlingen. Die erkenning valt samen met een zichtbare verschuiving: goedkope kant-en-klare of digitaal gereproduceerde platen vervangen een deel van het handwerk. Gemotoriseerde voertuigen bieden bovendien vaak minder geschikt plaatwerk voor grote schilderingen.
Op straat blijft de achterplaat dicht bij haar eerste taak. Een bestuurder zet kracht op de pedalen, de ketting trekt aan het tandwiel en het beschilderde blik beschermt de aandrijving. Boven de draaiende wielen schuiven een bloemrand, een regel tekst en een groot filmgezicht verder door Dhaka.
Verder ontdekken
