Bangladesh laat zich goed zien vanaf het water. De Ganges, Brahmaputra en Meghna vertakken zich hier in honderden waterwegen. Veerboten zetten mensen, fietsen en zakken rijst over. Langs de dijken liggen dorpen tussen rijstvelden en vijvers. In Dhaka staan huizen, markten en werkplaatsen dicht op elkaar. Aan de Buriganga lossen arbeiders fruit en bouwmateriaal uit houten boten. Bij Sadarghat stappen passagiers op grote rivierboten. In de oude wijken liggen moskeeën, koopmanshuizen en werkplaatsen aan smalle straten.
In Bagerhat staan vijftiende-eeuwse moskeeën uit de tijd van de Bengaalse sultanaten. De bakstenen Koepelmoskee heeft zestig zuilen. Kleinere moskeeën en waterreservoirs tonen hoe bewoners hier een stad bouwden. In het zuidwesten liggen de Sundarbans, met getijdengeulen, modderbanken en mangrovebos.
Rond Srimangal, in het noordoosten, lopen theevelden over in bamboebos en laaggelegen wetlands. In het regenseizoen lopen de haors vol. Bewoners varen dan tussen dorpen die als eilanden boven het water liggen. Op tafel staan vaak rijst en vis. Koks stampen groente, vis of aardappel fijn voor bhorta en bereiden hilsa met mosterd. Stap aan boord voor een overtocht, loop door een oude wijk en schuif aan voor een maaltijd met kleine schalen. Zo komt Bangladesh dichtbij.
