In Ecuador rijd je in een paar uur van de Stille Oceaan naar vulkanen die ruim vijfduizend meter boven de Andes uitsteken. Quito ligt bijna op de evenaar, maar de hoogte houdt de lucht er koel. Ten zuiden van de hoofdstad ligt de besneeuwde Cotopaxi boven de páramo: open grasland met donkere lavavelden. Aan de westkant van de Andes groeien bomen onder een laag mist. Aan de oostkant stromen rivieren richting het Amazonegebied.
Hoogte en klimaat bepalen wat er op tafel komt. In de Andes eten veel mensen aardappelen, maïs en tuinbonen. In Quito en dorpen in de hooglanden staat locro de papa op het menu, een aardappelsoep met kaas en avocado. Aan de kust koken mensen met vis, bakbanaan en pinda's. Encebollado en encocado horen daar bij.
In Quito staan kerken met vergulde altaren tussen steile straten, patio's en huizen uit de koloniale tijd. Op de markt van Otavalo verkopen handelaren geweven dekens, manden en groenten uit de omgeving. De Galápagoseilanden liggen ongeveer duizend kilometer uit de kust. Zeeleguanen liggen op zwarte lava, reuzenschildpadden leven in de vochtige hooglanden en blauwvoetgenten broeden langs de rotskust.
Wie alleen voor de eilanden komt, mist een groot deel van het land. Blijf ook op het vasteland: drink koffie in Quito, proef vissoep aan de kust en kijk in de Andes uit over de flanken van Cotopaxi.
