In Colombia liggen de contrasten soms binnen één dag reizen van elkaar. Bogotá ligt hoog in de Andes, met republikeinse pleinen, bakstenen huizen en het Museo del Oro vol goudwerk uit precolumbiaanse culturen. Rond Salento staan koffieplanten op steile hellingen. De Magdalena stroomt noordwaarts naar de Caribische kust. In Cartagena hangen houten balkons boven de straten van de ommuurde oude stad. Achter die gevels ligt de geschiedenis van handel, slavernij en onafhankelijkheid.
De hoogte komt ook terug op tafel. Rond Bogotá verbouwen boeren aardappelen en maïs voor ajiaco, een soep met kip en guasca. In warmere valleien groeien koffie, cacao, bakbananen en suikerriet. Bakkers, kramen en familiekeukens maken overal arepa’s, van dunne exemplaren in de koffiestreek tot gevulde varianten aan de kust.
Medellín ligt in een dal tussen steile hellingen. Kabelbanen brengen bewoners uit hoger gelegen wijken naar de metro. Aan de kust spreekt een deel van de inwoners van San Basilio de Palenque nog Palenquero, een creoolse taal die ontstond in gemeenschappen van gevluchte tot slaaf gemaakte mensen. In Mompox staan witte kerken en koopmanshuizen langs een rustige tak van de Magdalena. Wie tussen een markt in de Andes, een koffieboerderij en een Caribisch plein wil rondkijken, vindt in Colombia telkens een andere tafel, straat en toon. Kom vooral zelf kijken.
