Dubrovnik laat meteen zien waarom de Kroatische kust blijft hangen: hoge stadsmuren van licht kalksteen staan pal boven de blauwe Adriatische Zee. In Split wonen, werken en eten mensen tussen de muren van het paleis van Diocletianus. Vanaf de kades vertrekken veerboten naar eilanden met kleine havens, wijngaarden en dennenbossen. Achter die bekende kust rijzen kale bergkammen op en begint een heel ander Kroatië.
Ten noorden van Split liggen de oude centra van Šibenik, Zadar en Rovinj. Romeinen, Venetianen en de Habsburgers lieten er kerken, pleinen, stadspoorten en gevels achter. Op de markt liggen vis, olijven en flessen lokale olie. Restaurants aan zee serveren gegrilde vis en zwarte risotto. Verder landinwaarts staan stoofpotten, zoetwatervis en štrukli — deegkussentjes met verse kaas — vaker op tafel.
Ook buiten de steden wisselt het decor snel. In Nationaal Park Plitvicemeren loopt water over kalksteenterrassen van het ene meer naar het volgende. Rond Karlovac liggen bossen en rivieren. In Zagreb staan Habsburgse gevels naast markthallen, trams en naoorlogse woonwijken. De stad draagt sporen van een andere geschiedenis dan de kust, maar beide vertellen over Romeins bestuur, de Venetiaanse en Habsburgse periode, Joegoslavië en de onafhankelijkheid sinds 1991. Blijf dus niet alleen bij strand en boulevard: een veerhaven, een markt en een stad in het binnenland maken het beeld compleet. Kroatië ontvangt je daar met een tafel, een plein en altijd weer zicht op water of heuvels.
