In Seoel liggen de houten poorten van Gyeongbokgung op korte afstand van glazen kantoortorens en drukke metrostations. Je loopt er langs binnenplaatsen uit de Joseondynastie en reist daarna met de metro naar eethallen, galeries en winkelstraten. In Bukchon staan hanokhuizen met gebogen pannendaken tussen moderne woonwijken. Aan de rand van de stad vullen hoge woontorens de heuvels. Oud en nieuw staan hier niet in aparte wijken, maar vaak in dezelfde straat.
Buiten Seoel krijgt het verleden een andere vorm. In Gyeongju liggen grafheuvels van koningen uit het Sillarijk tussen woonstraten en parken. De Bulguksatempel en de stenen Boeddha van Seokguram laten zien hoe het boeddhisme de Koreaanse kunst en bouwkunst heeft gevormd. In Hahoe, bij Andong, staan hanokhuizen in een bocht van de Nakdong-rivier. Dorpsbewoners houden er maskerdansen, houtbouw en familierituelen in stand.
Ook aan tafel zie je vaste gewoonten naast het tempo van de stad. Restaurants zetten rijst, soep en kleine schalen banchan tegelijk op tafel. Kimchi komt in veel vormen op tafel en koks gebruiken per streek andere ingrediënten. Rond de Jagalchimarkt in Busan verkopen handelaren vis en schaaldieren. Op Jeju duiken haenyeo zonder zuurstoffles naar schelpdieren en zeewier. Deze duiktraditie rust vooral op het werk van vrouwen. Trek tijd uit voor paleishoven, markten, bergtempels en gewone woonstraten. Zuid-Korea laat zich het best zien wanneer je tussen die plekken blijft rondkijken.
