Wie Indonesië alleen met Bali associeert, mist de helft. Op Java staan actieve vulkanen boven volle steden, rijstvelden en tempelcomplexen. Vanaf de rand van de Tenggercaldera kijk je over de zandzee naar de rokende Bromo. Bij Yogyakarta tonen de reliëfs van Borobudur verhalen in steen. Op Bali leiden irrigatieverenigingen het water naar de rijstterrassen. Tempelceremonies en hindoeïstische feestdagen bepalen er het dagelijks leven.
Op West-Sumatra koken families rundvlees, kokosmelk en specerijen langzaam tot rendang. In de Toraja-regio op Sulawesi staan houten tongkonanhuizen met uitgesneden gevels langs de weg. Families organiseren er uitgebreide begrafenisrituelen. Op de Molukken groeiden eeuwenlang kruidnagel en nootmuskaat. Handelaren uit Azië, Arabië en Europa vervoerden die specerijen over de Indische Oceaan. Forten en pakhuizen aan de kust herinneren aan de strijd om die handel.
In Yogyakarta brengen batikmakers patronen aan met hete was en spelen musici gamelan bij dans en wajang. In Jakarta staan koloniale gevels, moskeeën, winkelcentra en eetstalletjes dicht bij elkaar. Ga kijken op een markt, in een haven of in een dorp in de hooglanden. Daar krijgt elk eiland zijn eigen gezicht.
