Wadjemup per fiets: van Thomson Bay naar de baaien van West End

Wadjemup per fiets: van Thomson Bay naar de baaien van West End

Op Wadjemup liggen kalkstenen kapen, zoutmeren en kleine zwemkommen dicht bij Thomson Bay. De korte noordlus blijft bij het dorp; de Island Ride van 22 kilometer voert over steile stukken naar de ruigere westpunt.

Thomson Bay: aankomst in een oud nederzettingsgebied

Fietsers met helm vertrekken van Main Jetty langs de kalkstenen gebouwen en zeewering van Thomson Bay.Fietsers met helm vertrekken van Main Jetty langs de kalkstenen gebouwen en zeewering van Thomson Bay.

De veerboot legt aan bij Main Jetty, aan de rand van de hoofdnederzetting. In Thomson Bay liggen een zwemvak, meerplaatsen, horeca, sanitaire voorzieningen en het bezoekerscentrum naast elkaar. Vanaf hier vertakken de wegen en fietspaden naar de kust, het binnenland en de zoutmeren. Het netwerk is grotendeels verhard, maar telt ook onverharde stukken, bochten en steile hellingen.

Langs Vincent Way en de Sea Wall staan kalkstenen gebouwen uit de negentiende eeuw. De huizen kregen daken van kalksteenplaten op houten spanten, omdat bouwmateriaal op het eiland schaars was. De zeewering, wegen en veel van deze gebouwen kwamen tot stand door gedwongen arbeid van Aboriginal gevangenen.

Wadjemup is de Noongar-naam voor het eiland: ‘de plaats aan de overkant van het water waar de geesten zijn’. Voor Whadjuk Noongar-mensen houdt het eiland een blijvende spirituele betekenis, verbonden met voorouders en de overgang tussen land, water en geestenwereld. Toen Wadjemup nog aan het vasteland vastzat, gebruikten Noongar-gemeenschappen dit gebied voor bijeenkomsten, ceremonies, jacht, verzamelen en handel.

Tussen 1838 en 1931 hield het koloniale bestuur op Wadjemup minstens 3.700 Aboriginal mannen en jongens uit heel West-Australië gevangen. Sommige jongens waren acht jaar oud. De gevangenschap trof ook leiders, ouderen en kennisdragers, die gedwongen van hun Country en gemeenschappen werden weggevoerd. Minstens 373 gevangenen stierven in hechtenis en werden aanvankelijk in ongemarkeerde graven begraven op het Wadjemup Aboriginal Burial Ground.

In de voormalige molen en hooischuur zit nu het Wadjemup Museum. De Truth Telling Space toont de molensteen waarmee opgesloten mannen en jongens tarwe maalden. Verderop staat de Quod, het cellencomplex dat gevangenen tussen 1862 en 1864 bouwden. Het gebouw diende tot 2018 als toeristenaccommodatie; de Quod en het grafveld zijn nu plaatsen voor herdenking en Aboriginal-geleide geschiedvertelling.

Praktisch: fiets en overtocht

Veerboten varen vanuit Perth, North Fremantle, Fremantle en Hillarys naar Main Jetty; vanaf Fremantle duurt de overtocht ongeveer 25 minuten. De toegang tot het A-class reserve is verplicht en zit bij een ferryboeking in de prijs. Reserveer de overtocht vooraf, en regel in zomer, weekenden en schoolvakanties ook een huurfiets op tijd. Een gewone huurfiets kost A$35 per 24 uur en een e-bike A$83; helm en slot zijn inbegrepen. Een helm dragen is verplicht. Neem je een eigen fiets mee, voeg die dan toe aan de ferryboeking.

De korte noordlus naar The Basin en Geordie Bay

De Rotto Mini Loop is een ronde van vier kilometer vanuit Thomson Bay. De weg loopt door bushland naar The Basin, volgt daarna Longreach Bay en Geordie Bay, en keert via de golfbaan, zoutmeren en de boardwalk bij Garden Lake terug. Alleen voor Vlamingh Lookout blijft de fiets even staan.

The Basin is de markantste zwemstop op deze korte route. Een natuurlijk uitgehold rif vormt er een ondiepe kom met wit zand, zeegras en koraal dicht bij de kant. De rifrand dempt het water bij zuidelijke en zuidoostelijke wind. Daardoor past deze baai goed bij rustig zwemmen en beginnend snorkelen.

Bij Longreach Bay liggen zacht zand en kalm water. Fay’s Bay is kleiner. Hoge kalkstenen rotsen sluiten de korte zandstrook aan weerszijden in en houden een deel van de wind en golfslag tegen. Onder het ondiepe water liggen zeegrasbedden, geulen en grotten in het kalksteenrif. Bij Geordie Bay liggen boten voor een brede duinrand, waarna de weg weer landinwaarts draait.

In de tea trees tussen Wadjemup Oval en The Basin rusten geregeld quokka’s. Deze kleine wallaby heet in het Noongar kwoka. Quokka’s zijn vooral ’s nachts actief; in de vroege ochtend en late namiddag foerageren en verplaatsen ze zich vaker. Wadjemup herbergt de grootste deelpopulatie van de kwetsbare soort.

Blijf op weg en fietspad. Komt een quokka binnen twee meter, stap dan terug. Raak dieren niet aan en geef ze geen eten of water. Menselijk voedsel kan ziekte, afhankelijkheid en agressief gedrag veroorzaken. Berg afval en etensresten op, ook bij korte zwemstops.

Over de zuidkust naar Wadjemup Hill

Voor een langere rit vertrekt de zuidelijke kustweg vanuit Thomson Bay langs Kingstown Barracks en Bickley Battery. Daarna volgen Henrietta Rocks, Porpoise Bay en Parker Point. Voor Henrietta Rocks ligt een scheepswrak in het water; bij Parker Point loopt een onderwaterroute met informatiepanelen.

Little Salmon Bay heeft beschut, helder en ondiep water. Langs het kalksteenrif ligt een gemarkeerd snorkelpad met informatiepanelen op de zeebodem. Vissen is hier niet toegestaan, omdat de baai binnen de Parker Point Marine Sanctuary Zone valt.

Na Salmon Bay klimt de weg gestaag naar Wadjemup Hill, het fysieke zwaartepunt van deze ronde. De vuurtoren staat op het hoogste punt van het eiland. Digby Drive daalt daarna af tussen zoutmeren en wetlands. Na winterregen vullen de meren zich; Australische bergeenden, steltlopers en sterns kunnen er dan verschijnen.

Narrow Neck en de westpunt

Langneuszeebeerrobben rusten op de rotsen onder het uitkijkplatform bij Cathedral Rocks.Langneuszeebeerrobben rusten op de rotsen onder het uitkijkplatform bij Cathedral Rocks.

De volledige Island Ride meet 22 kilometer en past beter bij ervaren fietsers. Na de zuidkust perst Narrow Neck de route door een smalle landengte richting West End. Aan weerszijden verschijnen stukken kust tussen lage begroeiing. Verder westwaarts worden de kapen rotsiger en krijgt de westenwind meer vat op de weg.

Rocky Bay verschilt sterk van de kleine rifkommen bij de nederzetting. Een brede duinlijn ligt hier naast een golvende rotsbodem en helderblauwe lagunes, met koraalrif onder het water. De noordelijke ligging biedt beschutting tegen harde wind.

Bij Cathedral Rocks en Cape Vlamingh staan platforms boven zee. In de winter liggen bij Cathedral Rocks geregeld langneuszeebeerrobben op de rotsen. Vanaf West End zijn ook Australische zeeleeuwen, tuimelaars en, in winter en voorjaar, trekkende bultruggen mogelijk. De platforms houden afstand tussen mensen en dieren; zwemmen met pelsrobben bij Cathedral Rocks is verboden.

De terugweg volgt de noordkust via Catherine Bay, Little Armstrong Bay en Parakeet Bay. Daarna draait de weg langs de noordrand van de zoutmeren terug naar Geordie Bay en Longreach Bay.

Bij Fay’s Bay staat de fiets aan de kant boven een korte strook wit zand. Tussen de hoge kalksteenranden blijft het water dicht bij de oever ondiep en kalm. Achter het rif krijgt het water een dieper blauw.