Van Hobart naar de dolerietkliffen van Bruny Island

Van Hobart naar de dolerietkliffen van Bruny Island

Ten zuiden van Hobart volgen de veerboot, landbouwgrond en een smalle zandrug elkaar op. Daarna voeren kleine gemeenschappen, beschutte baaien en hoge rotskusten naar Cape Bruny.

Van Hobart naar Roberts Point

Auto’s en vracht rijden de veerboot naar Bruny Island op bij Ferry Road in Kettering.Auto’s en vracht rijden de veerboot naar Bruny Island op bij Ferry Road in Kettering.

Vanuit Hobart loopt de weg 32 kilometer zuidwaarts naar Kettering, een rit van ongeveer een halfuur. In Oyster Cove Marina liggen jachten aan de steigers. Aan Ferry Road rijden auto’s en vracht de veerboot op.

De oversteek naar Roberts Point duurt vijftien tot twintig minuten. De boot steekt geen open oceaan over, maar het betrekkelijk smalle D’Entrecasteaux Channel. Toch hangt veel dagelijks verkeer aan deze verbinding: de ferry vervoert bewoners, vracht en bezoekers, terwijl schoolbussen, artsen en hulpdiensten voorrang krijgen bij het inschepen.

De Nuenonne, een clan van de South East-natie van Tasmaanse Aboriginal mensen, gebruikten deze waterweg al lang voor Europese expedities. Zij voeren tussen Bruny, het vasteland en soms rechtstreeks naar Tasman Peninsula. In South Bruny National Park liggen nog middens, steengroeven en vondstspreidingen uit dit bewoonde land- en zeelandschap.

De naam van kanaal en eiland verwijst naar de Franse admiraal Bruni d’Entrecasteaux. Zijn expeditie voer in 1792 met La Recherche en L’Espérance door het kanaal en stelde vast dat Bruny een eiland was. De logboeken bewaren ook verslagen van contacten met palawa en Frans-palawa woordenlijsten die van betekenis zijn voor taalherleving.

Bij Roberts Point zakt de laadklep op Lennon Road. Opstelstroken, laadhellingen en verkeersborden vullen de terminal. Een gebouwtje heeft een winkel, café en toilet, en een aparte bypass houdt lokaal verkeer buiten de wachtrij.

Weiden, oesters en kaas op North Bruny

Achter de terminal loopt de hoofdweg door laag, landelijk terrein. Vanaf 1818 kregen kolonisten land op North Bruny toegewezen. Daarna maakten houtkap, schapen- en rundveehouderij, boomgaarden en zagerijen steeds meer grond geschikt voor gebruik.

Langs de weg verkopen kleine producenten oesters, kaas, brood, honing, wijn, groenten, kruiden, bessen en eieren. Brood ligt in een oude zelfbedieningskoelkast met betaalgleuf. Oesters gaan van de kweeklijn naar het mes en de toonbank.

In Great Bay groeien Pacifische oesters in trays aan drijvende lijnen. Getij en stroming voeren water door de schelpen. Rond de baai liggen droge schapenweiden, met weinig bebouwing en geen instromende rivier. De kweker koopt jonge oesters bij Tasmanische broederijen en laat ze op Bruny twee tot drie jaar doorgroeien voordat medewerkers ze oogsten en openen.

De kaas wordt op Bruny gemaakt, gerijpt en verkocht, maar de melk komt van een eigen melkveehouderij in Glen Huon, aan de overkant van het kanaal. Daar lopen onder meer Brown Swiss-, Australian Dairy Shorthorn- en Normande-koeien. Kaasmakerij en brouwerij staan bij dezelfde cellar door op Bruny. Werk op het eiland omvat ook wijngaarden onderhouden, schapen bijeenbrengen, hekken herstellen en onkruid verwijderen.

The Neck tussen twee kusten

North en South Bruny komen samen bij The Neck, een lage zanderige landengte. Na de laatste ijstijd steeg de zeespiegel. Golven uit tegengestelde richtingen brachten zand op een ondiepe zeebodem samen tot deze smalle rug.

Vanaf het uitkijkpunt liggen water en strand aan beide kanten van de weg. In de duinen broeden kortstaartpijlstormvogels. Kleine pinguïns komen bij schemer aan land en keren terug naar hun holen; boardwalks houden mensen buiten het broedgebied.

Truganini werd rond 1812 op Bruny geboren in de Nuenonne-gemeenschap. Zeehondenjagers, walvisvaarders en houthakkers pleegden ontvoeringen en moorden. Overlevende palawa werden naar Flinders Island weggevoerd, waar velen stierven. Truganini keerde later terug naar Oyster Cove en herverbond zich met haar Country op Bruny. De bewering dat zij de laatste Tasmaanse Aboriginal zou zijn geweest, klopt niet.

Adventure Bay en Alonnah

Adventure Bay ligt aan de beschutte oostkant van South Bruny, achter een lang zandstrand. Tobias Furneaux deed de baai in 1773 aan en vernoemde haar naar zijn schip, de Adventure. James Cook volgde in 1777. William Bligh kwam er viermaal en plantte er een appelboom en een wijnstok. Europese schepen namen in de baai water en voorraden in, terwijl de plek deel bleef van Nuenonne Country.

Aan de westkant van de baai komen laat-Permische zandsteen, siltsteen en dunne kolenlagen aan de kust bloot. Tussen 1879 en het begin van de jaren 1890 wonnen arbeiders hier op kleine schaal steenkool. Bij Grass Point liggen resten van negentiende-eeuwse walvisstations; overbejaging maakte tegen het einde van de jaren 1840 een einde aan die bedrijfstak.

Adventure Bay heeft een general store, een speeltuin, barbecueplaats en gemeenschapszaal. Die zaal wordt gebruikt voor markten, vergaderingen, optredens en inzamelingen.

Alonnah bundelt meer vaste voorzieningen. Rond School Road staan de districtsschool, het gemeenschapscentrum, een speelveld, speeltuin en gezondheidscentrum. De school telt ongeveer zestig leerlingen en heeft onder meer een moestuin, bibliotheek, muziek en sport. Het gezondheidscentrum biedt wijkverpleging, zorg voor jonge kinderen en diabetesbegeleiding.

Praktisch: boot en vervoer

De SeaLink-veerboot vaart dagelijks van Ferry Road in Kettering naar Roberts Point; de overtocht duurt circa twintig minuten. Kaartjes zijn open retourtickets en geven geen vaste afvaart. Ook met een online ticket sluit je aan in de rij voor de eerstvolgende beschikbare boot. Een retour voor een auto korter dan zes meter kost AU$58,60 regulier, AU$50,90 met Saver-tarief of AU$43,20 tijdens Super Saver-tijden. Bestuurder, passagiers en voetpassagiers reizen gratis mee; voor fiets of motor geldt AU$8,10. Voor een zelfstandige tocht is een auto het bruikbaarst, omdat wegen deels bochtig of onverhard zijn.

Naar Cape Bruny

De vuurtoren van Cape Bruny staat boven donkere dolerietkliffen aan de zuidrand van Bruny Island.De vuurtoren van Cape Bruny staat boven donkere dolerietkliffen aan de zuidrand van Bruny Island.

Ten zuiden van Adventure Bay loopt de route South Bruny National Park in. Jurassische doleriet bedekt vrijwel het hele park en vormt donkere kapen en hoge kliffen boven de Southern Ocean. Kustheide en beboste hellingen wisselen er af met lange zandstranden. Zuidwesten- en noordwestenwind raken deze kust rechtstreeks.

Bij Fluted Cape vormt doleriet een steile klifwand. Verder westelijk heeft Cloudy Bay een ander profiel: jong zand en grind vormen er een lange strandboog, lage duinen en een lagune met een zeldzame zandspit midden in de baai.

Bij Cape Bruny staat de vuurtoren op dolerietkliffen, 114 meter boven zeeniveau. Veroordeelde arbeiders hielpen de toren in 1836 bouwen; in 1838 brandde het licht er voor het eerst. Aan het eind van de weg staat de toren boven de donkere rotsen, waar het land abrupt afvalt naar de Southern Ocean.