Van Canoe Lake naar Joe Lake: peddelen, dragen, kamperen

Van Canoe Lake naar Joe Lake: peddelen, dragen, kamperen

De rechtstreekse oversteek van Canoe Lake naar Joe Lake duurt niet lang. De lus via Littledoe, Baby Joe en Little Joe maakt er een driedaagse tocht van, met twee kampnachten, een lange portage en waterstanden die het werk op dag twee bepalen.

Eerst over het open water van Canoe Lake

Kanovaarders peddelen vanaf Access Point 5 noordwaarts over Canoe Lake.Kanovaarders peddelen vanaf Access Point 5 noordwaarts over Canoe Lake.

Bij Access Point 5, aan de zuidkant van Canoe Lake, zetten peddelaars de kano te water. De koers loopt noordwaarts over het breedste en meest open water van deze lus. De bepakking ligt laag tussen de spanten. Elke haal brengt de dam en de eerste portage dichterbij.

Op Canoe Lake bepaalt de wind het tempo. De langgerekte plas biedt weinig beschutting; bij oplopende golven varen peddelaars langs de oever of wachten ze aan land tot het water zakt. In de dagen na het ijsvrij worden blijft het meerwater bijna vrieskoud. Dan passen korte stukken langs de kant beter bij de dag dan een haastige lijn over open water.

Algonquin Provincial Park bestaat uit heuvels, rotsruggen, bos, meren en rivieren. Wegen lopen niet door het grootste deel van het binnenland. Kanoërs bewegen er door een netwerk van meer dan 2.000 kilometer aan kanoroutes en portages en kiezen bij elke verbinding hun volgende water.

Dat waternet had al lang betekenis voordat recreanten er hun tenten neerzetten. Het park ligt op niet-afgestaan Algonquin-gebied, waar kano’s gemeenschappen verbonden en grote afstanden overbrugden. In de negentiende eeuw voerden houtbedrijven witte en rode dennen via rivieren af; spoorwegen en vrachtwagens namen dat werk later grotendeels over. De huidige kanokaart volgt dus een landschap dat al generaties als vervoersroute dient.

Uitladen bij de dam

Aan de noordkant van Canoe Lake haalt een dam de vaart uit de route. Op het kleine strand passen slechts enkele kano’s tegelijk. Eerst gaan de tassen aan wal. Daarna tilt iemand de lege kano uit het water en draait de romp op de schouders.

De portage naar Joe Lake is breed, vlak en duidelijk belopen; langs een deel van het pad stroomt water. De afstand is kort, maar de volgorde ligt vast: kano dragen, teruglopen voor de bepakking, alles bij de volgende landing weer verdelen en inladen. Gele borden tonen de lengte van de portage en de meren die zij verbindt.

Aan de Joe-kant biedt een langere rotsige oever ruimte om de kano opnieuw te laden. Daarna gaat de peddel weer het water in. Joe Lake ligt op een veelgebruikte as naar Burnt Island Lake en verder het park in, ook bekend als de Main Street. Langs delen van de oever staan zomerkampen; andere kano’s blijven hier geregeld in zicht of gehoor.

Via Teepee en Fawn naar Littledoe

De eerste dag eindigt nog niet op Joe Lake. Vanuit de westelijke arm loopt de route via Teepee Lake, de ondiepere Little Oxtongue River en Fawn Lake naar Littledoe Lake. Na het tillen bij de dam keert het vaste werk terug: peddel in het water, blad naar achteren, kano vooruit.

Op Littledoe staat de tent op een aangewezen backcountryplek. Daar liggen een vuurplaats, een eenvoudige boxprivy en vlakke grond voor de tent. De kano moet eerst leeg. Tassen gaan boven de waterlijn, de tent op het vlakste stuk grond en natte spullen apart van droge kleding en slaapspullen.

Een kampeerlast krijgt op het water nauwelijks gewicht, maar op een portage wel. Iedere tas komt de volgende ochtend opnieuw over de rand van de kano, over een pad en terug in de boot. Dat maakt sober inpakken meer waard dan een snelle eerste peddeldag.

De lange portage naar Baby Joe

Op dag twee steken peddelaars Littledoe Lake over naar de zuidoostelijke arm. Daar begint de langste draaggang van de lus: 1.160 meter naar Baby Joe Lake. Het pad klimt in het midden en daalt daarna weer. Met gewone kampeerbepakking vraagt deze overgang doorgaans twee keer lopen en anderhalf tot twee uur.

De eerste gang draagt de kano of een zware tas. De tweede haalt de rest op. In het voorjaar kunnen modder, sneeuw, ijs en omgevallen bomen de passen korter maken en het werk vertragen. De kaartafstand verandert niet, maar natte grond en extra tilwerk wel.

Bij Baby Joe gaat de kano opnieuw te water. Kort daarna volgt een portage van 40 meter naar de Lost Joe-corridor. De waterstand bepaalt hier de volgende stap. Bij genoeg water kan de kano varen of door het ondiepe stuk worden geleid. Laag water legt rotsen bloot en vraagt om slepen; hoog water kan de stroming te sterk maken, met een omloop over land tot 430 meter als alternatief.

Hier krijgt de tocht een ander tempo. De open meren liggen achter de rug. In de smalle verbinding tussen Baby Joe, Lost Joe en Little Joe gaat het om de bodem onder de boot: peddelen zolang de kano drijft, uitstappen wanneer het water te dun wordt, weer instappen zodra de vaargeul terugkomt.

Praktisch: afstand, permit en seizoen

De lus begint en eindigt bij Access Point 5 aan Canoe Lake. Dag één telt ongeveer 10,2 kilometer peddelen en de vlakke damportage van 240 meter; lokale borden kunnen circa 295 meter aangeven. Dag twee omvat circa 7,65 kilometer peddelen, 1.160 meter dragen naar Baby Joe en 40 meter bij Lost Joe, met eventueel 430 meter extra omloop. Vanaf Little Joe resteert ongeveer 2 kilometer tot de East Arm van Joe Lake. Dag drie voert over circa 6,5 kilometer en de damportage terug naar Canoe Lake. Reserveer tot vijf maanden vooraf de nachten op Littledoe Lake en Joe Lake; de digitale of geprinte bevestiging geldt als permit. De boeking geldt per meer of zone, niet voor een genummerde plek, en groepen tellen maximaal negen personen. Backcountrykamperen sluit in de lente vanaf 1 april totdat ijs- en toegangscondities heropening toelaten; van 1 december tot en met 31 maart gelden winterregels. Mobiel bereik kan ontbreken.

De laatste halen naar Joe Lake

Een peddelaar laadt een kano uit aan een rotsige oever in de East Arm van Joe Lake.Een peddelaar laadt een kano uit aan een rotsige oever in de East Arm van Joe Lake.

Vanaf Little Joe ligt de East Arm van Joe Lake op ongeveer twee kilometer peddelen. Een groot eiland verdeelt Joe Lake in armen. Na de kleine verbindingswateren voelt dit meer ruimer, maar wind en golfslag kunnen ook hier de koers naar de oever drukken.

De permit geeft een meerzone voor de nacht. Binnen die zone zijn aangewezen plaatsen beschikbaar voor wie er als eerste aankomt; bij een bezette oever gaat de kano verder naar de volgende vrije markering. In de East Arm liggen relatief vaak ruimere plekken aan rotsige oevers, al verschillen landing en tentruimte per plaats.

Bij een vrije markering schuift de boeg naar de rotskant. Een peddelaar stapt in het ondiepe water, houdt de kano stil en tilt de eerste tas over de rand.