Cremona, waar de viool nog op de werkbank ligt

Cremona, waar de viool nog op de werkbank ligt

In Cremona staan violen achter glas én half afgebouwd op werkbanken. De stad bewaart de gereedschappen van Stradivari, maar leidt ook nieuwe bouwers op die spar, esdoorn, guts en binnenmal nog elke dag gebruiken.

Van Piazza del Comune naar de oude meesters

Historische Cremonese violen staan opgesteld in het Museo del Violino aan Piazza Marconi.Historische Cremonese violen staan opgesteld in het Museo del Violino aan Piazza Marconi.

In het centrum van Cremona hangen violen in etalages van werkplaatsen. Beelden verwijzen naar Stradivari, de viool en de muziek; achter sommige ramen snijden bouwers hout. Vanaf Piazza del Comune ligt het Museo del Violino aan Piazza Marconi op korte loopafstand.

De wortels van dat vak liggen in de zestiende eeuw. Cremona had al een sterke houtbewerkingscultuur en kende onder Spaans bestuur veel kunstenaars en musici. Andrea Amati huurde in 1539 een huis met werkplaats vlak bij de kathedraal. De plaatselijke traditie beschouwt hem als maker van de eerste violen; zijn instrumenten voor het Franse hof brachten houtwerk, beschildering en muziek bijeen.

De Amati’s maakten van die werkplaats een school zonder schoolgebouw. Andrea’s zoons Antonio en Girolamo zetten het bedrijf voort. Nicolò Amati leidde later leerlingen op, onder wie Andrea Guarneri. De Guarneri’s begonnen vervolgens een eigen dynastie. Antonio Stradivari groeide in hetzelfde netwerk uit tot de leidende bouwer van de stad, al is een formele leertijd bij Nicolò Amati niet bewezen.

In de schatkamer van het Museo del Violino staan die makers niet als namen op een gevel, maar als instrumenten naast elkaar. Daar zijn onder meer Andrea Amati’s Carlo IX uit circa 1566, Stradivari’s Il Cremonese uit 1715 en Vesuvius uit 1727, een viool van Giuseppe Guarneri ‘del Gesù’ en werk van Carlo Bergonzi te zien. De verschillen zitten in omtrek, welving en afwerking, niet in een bordje dat beweert dat de ene hand beter was dan de andere.

Stradivari’s mallen achter glas

Het museum bewaart ook de oorspronkelijke vormen, tekeningen en gereedschappen uit Stradivari’s werkplaats: meer dan zevenhonderd voorwerpen en documenten. Daarnaast volgt de presentatie de lijn door naar prijswinnende instrumenten uit de twintigste eeuw en de internationale Triennale voor hedendaagse vioolbouw. Zo krijgt een nieuwe viool in Cremona een plek naast de oude meesters, zonder zich als een kopie te hoeven voordoen.

Die voortzetting was niet vanzelfsprekend. Tussen 1737 en 1749 verdwenen Stradivari, zijn zoons, Guarneri del Gesù en andere sleutelfiguren uit de stad. Cremona verloor daarna terrein aan andere Italiaanse centra. De herdenking van Stradivari in 1937 bracht oude werkplaatsresten weer onder de aandacht; in 1938 opende de vioolbouwschool om vakkennis opnieuw op te bouwen.

Het Museo del Violino is een openbare collectie, geen werkplaats in bedrijf. Bezoekers zien er historische instrumenten, modellen en werktuigen, plus werk van hedendaagse bouwers. In het Auditorium Giovanni Arvedi klinkt de collectie soms ook echt: tijdens Il suono di Stradivari bespelen solisten historische instrumenten van Stradivari, Amati en Guarneri.

Wie de viool in een bredere muziekhistorische kring wil zetten, kan door naar de Stanze per la musica in Palazzo Affaitati. Daar staan zestig instrumenten uit de zeventiende tot en met negentiende eeuw, van violen en viola d’amore tot draailieren, gitaren, mandolines en luiten. Een Stradivari kan af en toe best wat familie gebruiken.

Sparrenhout, esdoorn en een scherpe guts

In een actieve bottega begint een viool als afzonderlijke stukken natuurlijk gedroogd hout. Bouwers kiezen doorgaans sparrenhout voor het bovenblad en gevlamd Europees esdoorn voor rug en ribben. Bij spar tellen regelmatige nerf, dichtheid en veerkracht. Bij esdoorn wegen stabiliteit en de golvende vlamtekening mee. Bouwers tikken ook op klankhout om de resonantie te beoordelen.

Daarna volgt geduldig handwerk. De bouwer voegt meer dan zeventig houten delen samen rond een binnenmal. Hij buigt dunne esdoornribben om die mal, brengt met schaaf en guts welving aan in voor- en achterblad en snijdt randen en details met scherpe messen. Vervolgens komen inlegwerk, hals, vernis en de afstelling van het instrument.

De binnenmal geeft de viool haar basisvorm, maar levert geen reeks gelijke instrumenten op. Elk stuk hout reageert anders. De bouwer past diktes en bewerking daarom aan terwijl het instrument ontstaat. Sommige hedendaagse makers brengen plaatdiktes systematischer in kaart; bij de eindafstelling stemmen zij onder meer brughoogte, stapel, snaren en toetsprojectie af op speler en repertoire. De handschaaf heeft dus meetwerk naast zich gekregen, maar hij is bepaald nog niet met pensioen.

Vijf jaar leren aan de werkbank

De International School of Violin Making leidt leerlingen in vijf jaar op. Groepen van tien tot twaalf studenten werken vanaf het eerste jaar onder vioolbouwmeesters. Naast praktijklessen krijgen zij muziektheorie, akoestiek, kunstgeschiedenis en onderwijs over het Cremonese erfgoed.

In de eerste jaren staan gereedschap, hout en constructie centraal. Later bouwen studenten complete violen, altviolen, celli of contrabassen. Zij leren een binnenmal maken, bladen welven en op dikte brengen, filets aanbrengen en vernis bereiden en opzetten. Vanaf het vierde jaar kiezen zij onder meer voor moderne strijkinstrumenten of restauratie en onderhoud; het vijfde jaar bevat een verplichte stage bij een professionele vioolbouwer.

Daar krijgt de oude meester-gezelketen een hedendaagse vorm. De school biedt de technische basis, terwijl de stage de leerling in een professioneel atelier brengt. Ook daar blijft het materiaal de baas over haast en routine: de maker past algemene regels aan op de reactie van een afzonderlijk houtstuk.

De school is geen museum met vrije inloop. Bezoekers kunnen de werkbanken en lessen tijdens aangekondigde open dagen bekijken. Voor een werkende leersituatie buiten die dagen is een begeleid bezoek nodig bij een instelling die dat uitdrukkelijk aanbiedt.

Museumkaartje of afspraak bij de maker

Een museumkaartje geeft toegang tot een vaste collectie. Een atelierbezoek vraagt om een afspraak en om de normale omgangsvormen van een werkplek. Een etalage, winkel of showroom betekent niet dat de bank achterin openstaat voor passanten. Het Consorzio Liutai aan Piazza Stradivari heeft bijvoorbeeld een showroom, maar organiseert bezoeken aan aangesloten makers apart en op afspraak.

Zo’n bezoek kan individueel of in een kleine groep plaatsvinden; taal en beschikbaarheid worden vooraf afgestemd. De bouwer kan geselecteerd hout, krullen, gereedschap, een binnenmal en een instrument in wording tonen, maar het werk van die dag bepaalt wat er op de bank ligt.

Bij La bottega del violino zijn gereserveerde bezoeken ingericht voor kleine groepen, families, scholieren en individuele bezoekers. Daar mogen bezoekers hout, onderdelen en gereedschap vasthouden; een vergelijking tussen een oud en een nieuw instrument is op verzoek mogelijk. Andere ateliers ontvangen vooral musici en klanten voor advies, restauratie of het uitproberen van instrumenten. Ook met een afspraak bestaat er dus geen garantie dat iemand precies dan ribben buigt of een blad snijdt.

Praktisch in één streek

Een vioolbouwer buigt een esdoornrib rond een binnenmal in een werkplaats in Cremona.Een vioolbouwer buigt een esdoornrib rond een binnenmal in een werkplaats in Cremona.

Het Museo del Violino, Piazza Marconi 5, opent dinsdag tot en met vrijdag van 11.00 tot 17.00 uur en in weekenden en op feestdagen van 10.00 tot 18.00 uur; maandag is het gesloten. Een regulier kaartje kost €14, een gereduceerd kaartje €11; kinderen jonger dan elf jaar mogen gratis naar binnen. Groepen en rondleidingen reserveren vooraf. Een georganiseerd atelierbezoek duurt ongeveer een uur, kost via het toeristisch infopunt vanaf €15 en vertrekt vanaf Piazza del Comune 5. Voor ieder actief atelier geldt: vooraf boeken.

Na de vitrines en de schoollokalen ligt de werkbank weer voor het raam: licht sparrenhout met fijne nerf, een stuk gevlamd esdoorn, een houten binnenmal en dunne ribben die al hun bocht hebben gekregen.