Als Adelaide Central Market aan het werk gaat

Als Adelaide Central Market aan het werk gaat

Op een dinsdagochtend begint Adelaide Central Market bij Grote Street als werkplek. Handelaren brengen verse waar naar binnen, kramen gaan open en onder één dak zetten meer dan zeventig zaken de voorraad voor de dag klaar.

Voor de toonbanken open zijn

Vóór de gewone drukte vullen de overdekte gangen zich met gerichte beweging. Handelaren brengen goederen naar hun toonbank; bij de eetruimte aan de ingang halen vroege klanten koffie. Groente en fruit, vlees, vis, brood, kaas en bereide maaltijden moeten die ochtend op hun vaste plek liggen.

Gekleurde lanen lopen tussen de kramen door en verdelen de ruimte onder het dak. Die inrichting stamt grotendeels uit de herbouw van 1965 en 1966. Toen verdwenen vrijwel alle oude ijzer-en-glasarcades. Achter een deel van de gevel kwamen 76 vernieuwde kramen in zes helder verlichte noord-zuidgangen.

Aan Grote Street bleef de oudere buitenkant staan. De tweelaagse gevel uit 1900 heeft winkels op straatniveau, boogramen, een toren en zichtbaar siermetselwerk; kort na de bouw kwam er een veranda bij. Aan Gouger Street staan de winkels uit 1906 met gepleisterde ornamenten en drie uitkragende topgevels. Binnen veranderde de markt ingrijpend. Aan de straat staat nog altijd het stevige bakstenen gezicht van een handelsgebouw.

Dat gebouw begon niet als een hal. Op 23 januari 1869 verlieten ontevreden groentetelers vóór zonsopkomst de overvolle East End Market. Op een nieuw gemeentelijk terrein tussen Grote en Gouger Street verkochten zij hun oogst rechtstreeks aan stadsbewoners, eerst op open grond, achter een hek en bij gaslicht. De formele opening van de City Market volgde op 22 januari 1870.

De gemeente zette in juni 1869 twee houten en ijzeren loodsen neer voor productkarren. In 1873 kwam er een dak over de rijbaan tussen die loodsen en een extra loods ernaast. De markt is dus rond aanvoer gebouwd. De karren zijn verdwenen, maar dozen, kratten en zware stukken vlees leggen nog altijd de laatste meters af naar de toonbank.

Oogst uit de staat, voorraad voor de stad

De directe handel uit de beginjaren vormt nog steeds de kern. Lokale telers, producenten en leveranciers brengen voedsel naar een markt waar meer dan zeventig handelaren verse waar, ambachtelijke producten en maaltijden verkopen. Bij de slager, viskraam of delicatessenzaak draait het om korte, praktische handelingen: afwegen, kiezen, advies geven of iets laten proeven.

Bij Angelakis komen de lijnen van de kust samen op ijs. De viskraam verkoopt Zuid-Australische vangst en lokale oesters; het marktaanbod omvat ook oesters uit Smoky Bay, aan de westkust van de staat. Zo liggen schelpen uit zee tussen de dagelijkse boodschappen in het centrum.

Verderop toont een aangesneden salami een ander deel van Zuid-Australië. Barossa Fine Foods koopt vlees uit de Barossa en andere delen van de staat in en verwerkt het vanuit een Duitse familietraditie tot onder meer salami en andere smallgoods, de Australische naam voor fijne vleeswaren. Veeteelt, verwerking en stadsverkoop komen in één stuk vlees samen.

De eerste Italiaanse tuinders legden die verbinding tussen buitenrand en binnenstad al vroeg. Gezinnen uit Veneto kochten of pachtten in de jaren 1920 grond aan de rand van Adelaide, teelden groenten met familieleden en verkochten de oogst op de markt. Hun handel ging vooraf aan de reputatie die de markt later kreeg als adres voor keukens uit vele landen.

Zeven barkrukken en een pan tomatensaus

Bij Lucia’s kreeg die Italiaans-Australische geschiedenis een vaste plaats. Lucia Rosella opende er in 1957 Adelaide’s eerste pizzabar, destijds een klein pand met zeven barkrukken. Haar dochters zetten de zaak voort met familierecepten voor pizza, pasta en minestrone.

In de zomer verwerkt Lucia’s lokale tomaten met basilicum, knoflook en olijfolie tot tomaat-basilicumsaus. De oogst komt de stad in, gaat de pan in en keert als saus terug naar de kraam. Zo blijft een zomerproduct ook na de oogst in omloop.

Con’s Fine Foods draagt een Griekse familielijn door de hal. Oprichter Con Savvas bezat vijf continentale kramen die onder meer Griekse en Italiaanse gemeenschappen bedienden; zijn zoon Alex runt de zaak nu. Zulke winkels brachten vertrouwde ingrediënten binnen bereik van klanten die ze in Adelaide zochten.

Vanaf de jaren 1970 en 1980 groeide het marktgebied opnieuw, nu door de vestiging van vooral Aziatische en Zuidoost-Aziatische migranten. Handelaren openden zaken in Chinatown en Market Plaza, direct naast de hoofdhal. Buiten markeren paifang-poorten, stenen leeuwen, rode lantaarns en pagodedaken dat aangrenzende handelsgebied.

Binnen staat Sunmi’s Sushi tussen de andere voedselzaken. Sunmi Kim kwam vanuit Seoul naar Adelaide en serveert er onder meer bibimbap, rijst met groenten en andere garnituren, naast Koreaanse pannenkoeken en sushi. Oudere Europese familiezaken en nieuwere Aziatische eetkramen delen zo dezelfde gangen.

Ook Le Souk werkt met duidelijk herkenbare herkomsten. De kraam verkoopt onder meer chakchouka, couscous, huisgemaakte Algerijnse merguez, kruidenmengsels en dadels. In Algerije gelden dadels als teken van gastvrijheid; in de hal liggen ze als handelswaar tussen boodschappen voor ontbijt, lunch en avondeten.

Praktisch in de ochtend

Adelaide Central Market ligt aan 44–60 Gouger Street, op korte loopafstand van tramhalte Victoria Square/Tarntanyangga. Voor een vroege ochtend zijn dinsdag, vrijdag en zaterdag geschikt: de markt opent dan om 07.00 uur. Op dinsdag sluit zij om 17.30 uur, op vrijdag om 21.00 uur en op zaterdag om 15.00 uur. Woensdag en donderdag openen de deuren om 09.00 uur; op woensdag kunnen sommige kramen gesloten blijven. Zondag en maandag is de markt dicht. Boven de markt ligt een overdekte UPark-garage.

Het gewicht van de ochtend

Een slager van O’Connell’s Meats draagt een varkenskarkas door de heldere gangen van Adelaide Central Market.Een slager van O’Connell’s Meats draagt een varkenskarkas door de heldere gangen van Adelaide Central Market.

De ochtend draait om wat gedragen, gesneden, gewogen en uitgestald moet worden. Op een gedocumenteerde dinsdagochtend loopt een slager van O’Connell’s Meats door de hal met een volledig varkenskarkas op zijn schouder. Hij draagt de lading naar de slagerij. Dan is de markt open.