Algiers laat meteen zien waarom Algerije meer is dan een kuststad aan de Middellandse Zee. In de Kasbah lopen smalle trappen langs witte huizen en oude binnenplaatsen. Beneden liggen Franse boulevards, cafés en de haven. Buiten de stad rijzen groene hellingen op, terwijl ver naar het zuiden zandsteenbogen en rotspilaren boven de Sahara staan. Die afstanden horen bij het land. In Tassili n’Ajjer, bij Djanet, staan tekeningen van mensen en vee op rotswanden. Ze komen uit een tijd waarin dit deel van de Sahara veel natter was. De beelden, de stenen steden in het noorden en de drukke straten van Algiers geven Algerije verschillende gezichten zonder dat ze op elkaar lijken.
In Constantine snijden diepe kloven door de stad en hangen bruggen hoog boven het ravijn. In Djémila staan Romeinse tempels, huizen en een theater tussen de heuvels. In de dorpen van Kabylië spreken bewoners Tamazight naast Arabisch en Frans. Op de markt liggen olijven, dadels, ronde broden en specerijen. Thuis komen couscous, chorba en stoofschotels op tafel, met recepten die per streek verschillen.
Ten zuiden van de Tell-Atlas staan de lemen nederzettingen van de M’Zab-vallei dicht rond moskeeën op heuveltoppen. Bij Djanet trekken lokale gidsen met bezoekers langs de rotsbogen en schilderingen van Tassili n’Ajjer. Tuareg-ambachten en opschriften in het Tifinagh-schrift horen daar nog steeds bij het dagelijks leven. Blijf in Algiers hangen voor de Kasbah en een lange lunch, en kijk in de Sahara ook naar de handen, paden en tekeningen die mensen er achterlieten. Algerije laat zich het best leren kennen als je daar rustig de tijd voor neemt.
