Wie Uruguay beter bekijkt dan een tussenstop tussen Argentinië en Brazilië, vindt een land van lange kades, lage huizen en open grasland. In Montevideo volgt de Rambla tientallen kilometers de brede Río de la Plata. Bewoners lopen er met een thermosfles onder de arm, vissen vanaf de rotsen en drinken mate op de muur langs het water. Achter de kust staan art-decogevels, oude cafés en woonblokken naast elkaar. De stad heeft geen haast, maar wel een duidelijk dagelijks ritme.
In de oude havenwijk herinneren pakhuizen en spoorlijnen aan de tijd waarin wol, huiden en vlees vanuit Montevideo werden verscheept. In de Mercado del Puerto liggen rundvlees, paprika en ingewanden op grote parrilla's. Verder naar het westen heeft Colonia del Sacramento een ander gezicht. Lage huizen staan er langs ongelijke kinderkopjes. Portugese en Spaanse bouwers lieten stadsmuren, pleinen en betegelde gevels achter.
Buiten de steden lopen paarden en runderen door weiden met eucalyptus en brede rivieren. Op estancia's draait de dag nog vaak om het werk met vee. Aan de Atlantische kust verandert het decor opnieuw. Rond Cabo Polonio liggen duinen en een kleine nederzetting zonder gewone toegangsweg. In José Ignacio liggen vissersboten bij lage huizen. In Rocha liggen lagunes, wetlands en duinen waar watervogels broeden. In februari vullen candombe-trommels en satirisch muziektheater de straten van Montevideo tijdens carnaval. Blijf een middag aan de Rambla hangen, schuif aan voor een lange lunch en kijk ook buiten de hoofdstad rond.
