De watervallen van Iguaçu vormen een brede witte muur tussen het donkergroene bos. Aan de andere kant van het land varen boten over de Amazone, waar rivieren dorpen en markten met elkaar verbinden. Tussen die uitersten liggen steden aan de Atlantische kust, oude mijnplaatsen en de open wetlands van de Pantanal. Brazilië laat zich niet vangen in één beeld van strand en carnaval.
Rio de Janeiro ligt tussen granieten bergen en de oceaan. Op de boulevard van Copacabana lopen hardlopers langs strandkiosken, terwijl in botecos koud bier en pasteis op tafel komen. In Salvador hangen kleurrijke huizen tegen de hellingen van Pelourinho. Barokke kerken staan er naast pleinen waar capoeira wordt gespeeld. In de keuken proef je de West-Afrikaanse invloed in moqueca en gerechten met dendê-olie.
In Minas Gerais voeren geplaveide straten langs witte gevels en rijk versierde kerken uit de goudtijd. Pão de queijo komt er warm uit de oven. In de Pantanal zoeken reigers, kaaimannen en jaguars voedsel langs het water. Vanuit Manaus vertrekken boten naar gemeenschappen en bosgebieden aan de Amazone, waar vis en cassave vaak op het menu staan.
Brazilië vraagt om nieuwsgierigheid naar wat er naast de bekende ansichtkaarten ligt: een lunchzaak zonder opsmuk, een markt, een kerkdeur die openstaat of muziek uit een buurtbar. Daar begint het land vaak pas echt te spreken.
