Het witte marmer op de binnenplaats van de Omajjadenmoskee in Damascus vangt de felle zon. Net buiten de poorten verkopen handelaren kruiden en stoffen in smalle stegen. Achter zware deuren liggen huizen met stille binnenplaatsen. In deze oude wijken liggen gebed, handel en wonen dicht naast elkaar. Syrië draagt ook de zichtbare sporen van jaren oorlog. Gevels, markten en archeologische plaatsen raakten beschadigd; bewoners en restaurateurs herstellen op sommige plekken opnieuw wat behouden bleef.
In Aleppo staan de citadel en de oude souqs naast straten waar het herstel nog zichtbaar is. De keuken van de stad leeft voort in aleppo-peper en muhammara, een dip van geroosterde paprika, walnoten en granaatappelmelasse. In Bosra omsluiten zwarte basaltmuren een Romeins theater. Bij Palmyra rijzen zuilen en grafmonumenten op uit de droge vlakte; de vernielingen tijdens de oorlog veranderden het beeld van deze antieke stad ingrijpend.
Naar het westen liggen olijfgaarden op de hellingen richting de Middellandse Zee. In Hama draaien enkele grote houten waterraderen nog langs de Orontes. Ze tilden vroeger rivierwater naar tuinen en akkers. In Maaloula spreken sommige inwoners Westers Neo-Aramees, naast het Arabisch dat overal in het land klinkt. Op tafel verschijnen kibbeh, gevulde wijnbladeren en schalen mezze, met recepten die families en restaurants generaties lang doorgaven. Wie Syrië beter wil begrijpen, vindt veel terug in die stenen straten, lokale keukens en mensen die hun steden opnieuw opbouwen. Kijk vooral verder dan het bekendste monument.
