Op het Naqsh-e Jahanplein in Isfahan zie je in één blik hoe verschillende lagen van Iran naast elkaar bestaan. Rond de grote open ruimte staan paleizen, moskeeën en een lange rij winkeltjes onder de arcaden. De turquoise koepel van de Sjeik Lotfollah-moskee hangt boven het plein, terwijl handelaren er tapijten, kruiden en koperwerk verkopen. In veel steden staan zulke gebouwen niet achter een hek, maar midden tussen het dagelijkse verkeer, de bazaars en de theehuizen. Teheran laat een heel andere kant zien. Brede wegen, flats en druk verkeer vullen de stad aan de voet van de Alborz. Tussen die wijken liggen het Golestanpaleis, de Grote Bazaar en de voormalige Amerikaanse ambassade. In Darband lopen mensen langs beekjes en theehuizen omhoog de bergen in. De stad wisselt zo snel van asfalt naar bergpad dat je bijna vergeet dat beide plekken binnen dezelfde stadsgrenzen liggen.
In Yazd vangen windtorens de lucht boven huizen van leem. Binnenplaatsen, waterbassins en schaduwrijke gangen houden kamers er koeler tijdens warme dagen. In Shiraz liggen tuinen tussen drukke straten, en op tafel verschijnen rijst, kruiden, noten en granaatappel. Even buiten de stad tonen de reliëfs en zuilen van Persepolis de schaal van het Achaemenidische rijk.
Iran laat zich goed bekijken in kleine momenten: een verkoper die thee inschenkt in de bazaar, het licht op blauwe tegels in Isfahan, of een schaal saffraanrijst tijdens een lange maaltijd. Ga zitten in een tuin, kijk rond op een plein en neem de tijd voor een gesprek. Daar komt het land vaak het dichtstbij.
