Stap in Stockholm op een veerboot en de kades, trams en appartementen maken snel plaats voor granieten eilanden, dennen en rode boothuizen. Dat contrast zit door heel Zweden. In Gamla Stan loop je over smalle keienstraten langs oude gevels; aan de rand van de stad springen mensen vanaf badsteigers het water in. Buiten de steden beginnen meren en naaldbossen al snel. Verder noordwaarts worden de wegen langer, de bossen lichter en de bergtoppen kaler.
Stockholm ligt op eilanden tussen het Mälarmeer en de Oostzee. Veerboten varen er langs woonwijken, musea en kleine aanlegsteigers. In Göteborg staan oude pakhuizen aan de haven, terwijl vissersdorpen en lage rotsen de kust net buiten de stad bepalen. Op de eilanden beschermen houten huizen zich met lage gevels tegen de wind.
In Dalarna staan rood geschilderde boerderijen tussen bossen en meren. Dorpen houden er tradities van houtsnijwerk, volksmuziek en midzomerfeesten in stand. In het noorden ligt Sápmi, het leefgebied van de Samen. Rendierhouderij en Samische talen horen daar bij het dagelijks leven. Op tafel liggen haring aan de kust, bessen en wild uit het noorden, en een kaneelbroodje bij de koffie. Neem plaats op een terras, stap op een veerboot of loop een bospad in: Zweden laat zich goed bekijken in dat rustige tempo.
