Wie Roemenië binnenrijdt, ziet al snel hoe dicht de verschillen op elkaar zitten. In centraal Roemenië liggen de beboste Karpaten vlak bij Saksische stadjes en dorpen met vestingkerken. Op de Transfăgărășan volgen automobilisten haarspeldbochten tot boven de boomgrens. In de dalen staan houten huizen, hooibergen en orthodoxe kerken. Hongaarse, Duitse en Roemeense gemeenschappen leefden hier eeuwenlang naast elkaar. Kerken, vestingmuren, recepten en plaatsnamen herinneren aan die geschiedenis.
In Brașov staan barokke gevels en de Zwarte Kerk binnen de middeleeuwse muren. In het nabijgelegen Sighișoara wonen mensen tussen torens, keien en pastelkleurige huizen. Saksische gemeenschappen bouwden in de omliggende dorpen stevige kerken waarin inwoners zich bij aanvallen konden verschuilen. Op markten liggen mămăligă, gerookt vlees, schapenkaas en sarmale. Boeren konden met deze gerechten lange winters doorkomen.
In Boekarest staan Franse stadspaleizen, communistische flatblokken en het Parlementspaleis naast cafés en kleine orthodoxe kerken. De straten tonen de breuken van de twintigste eeuw zonder veel omhaal. In het oosten stroomt de Donau door kanalen, meren en rietvelden. Vissersdorpen in de delta bereik je alleen per boot. Pelikanen en aalscholvers zoeken voedsel in het ondiepe water. Kom kijken hoe een bergdorp, een stadswijk en een houten aanlegsteiger elk hun eigen Roemenië laten zien.
