Warschau laat goed zien hoe Polen met zijn verleden omgaat. De oude binnenstad verrees na de oorlog opnieuw, terwijl brede naoorlogse lanen en glazen kantoortorens het straatbeeld ernaast bepalen. In Łódź kregen rode textielfabrieken een tweede leven als museum, woningen en restaurants. In het oosten staan orthodoxe kerken bij dorpen met houten huizen, niet ver van het Woud van Białowieża. Oorlog, grensverschuivingen en industrie lieten zichtbare sporen achter. Tegelijk vullen jonge ondernemers oude panden met boekhandels, eetzalen en kleine podia.
Boven de Wisła in Kraków staan het koninklijk kasteel en de kathedraal op de Wawel. Beneden in Kazimierz liggen synagogen, begraafplaatsen en cafés tussen smalle straten. Toruń bewaart zijn baksteengotiek en de geur van pierniki, de kruidige koek uit de stad. In Gdańsk staan hoge koopmanshuizen langs het water. Bij de voormalige scheepswerf herinneren poorten, hallen en monumenten aan Solidarność en de stakingen tegen het communistische bewind.
Buiten de steden wisselen de landschappen snel. Langs de Baltische kust liggen brede stranden en duinen. In het noordoosten liggen meren tussen bossen, en in het zuiden snijden wandelpaden door de Tatra. Op tafel komen pierogi, zure żurek en gerookte bergkaas. In een melkbar eet je een eenvoudige Poolse lunch aan een formicatafel, vaak naast buurtbewoners en studenten. Kijk verder dan de bekendste pleinen: een oude fabriek, een markt en een dorp aan de bosrand laten Polen van dichtbij zien. Ga erheen en blijf vooral ook even hangen.
