Boven Athene rijzen de tempels van de Akropolis uit boven een dichtbebouwde hoofdstad. Beneden drinken Atheners koffie op pleinen, doen ze boodschappen op de markt en zitten ze tot laat aan tafel. Die nabijheid van oud en nieuw zie je in heel Griekenland. Oude stenen staan tussen appartementen, olijfgaarden en dorpen. Veerboten varen van havensteden naar eilanden, terwijl bergketens het vasteland opdelen in streken met eigen huizen, gerechten en gewoonten.
In Athene loop je van de marmeren zuilen van de Agora naar de werkplaatsen en eethuizen van Monastiraki. In Thessaloniki liggen markten, kerken en eetzalen in straten die Romeinen, Byzantijnen, Ottomanen en Joodse inwoners hebben gevormd. Verder westwaarts liggen de stenen dorpen van Zagori tussen kloven en boogbruggen in het Pindosgebergte.
Op de Cycladen tekenen kale heuvels, lage stenen muurtjes en beschutte havens het beeld. Kreta heeft hoge bergen, vruchtbare vlakten en steden met Venetiaanse gevels. Ook op tafel verschilt het per streek: bonen en hartige pasteien in Epirus, vis aan de haven, kappertjes op Santorini en dakos met tomaat en gerstebrood op Kreta. In dorpen klinken kerkklokken, staan tafels vol bij een feest en praten families lang na het eten. Gun jezelf een ochtend op de markt, een middag in een veerhaven en een maaltijd in een dorp in het binnenland. Daar zie je Griekenland ook buiten het marmer en de blauwe zee.
