Tallinn geeft Estland meteen een scherp profiel. Binnen de stadsmuren staan gotische kerken en koopmanshuizen uit de Hanzetijd. Een paar haltes verder liggen de houten huizen van Kalamaja en de oude fabriekshallen van Telliskivi, waar ontwerpstudio’s, restaurants en technologiebedrijven werken. Veel inwoners regelen bankzaken, belastingen en andere dagelijkse zaken online. Tegelijk vullen koren de zangfeesten en warmen families zich in de sauna.
In Nationaal Park Lahemaa loopt een houten vlonderpad over het Viru-veen. Langs de Finse Golf liggen bossen, grote zwerfkeien en vissersdorpen. Bij Palmse staat een landhuis tussen oude lanen en bijgebouwen. Op Saaremaa en Hiiumaa bepalen jeneverbesvelden, lage kustweiden en vuurtorens het beeld. Je ziet er ook stenen kerken en houten windmolens.
Tartu heeft een universiteit die in 1632 werd opgericht, een compact centrum en het Estse Nationale Museum op het terrein van een voormalige Sovjetvliegbasis. Ten zuiden van de stad houden de Seto hun eigen zangtraditie, taalvariant en feestdagen in ere. Op tafel staan roggebrood, gerookte vis en paddenstoelen. Kama, een mengsel van geroosterde granen, eet je vaak met yoghurt of karnemelk.
Blijf na Tallinn nog even hangen voor een wandeling over het veen, een maaltijd in Tartu of een nacht op een eiland. Dan zie je hoe oude gebruiken en het gewone leven hier naast elkaar doorgaan.
