Sarajevo laat in een paar straten zien waarom Bosnië en Herzegovina blijft hangen. In Baščaršija hameren koperslagers op schalen en schenken cafés Bosnische koffie uit een džezva. Iets verderop staan Oostenrijks-Hongaarse gevels naast woonblokken uit de Joegoslavische tijd. Een plaquette markeert de plek waar Gavrilo Princip in 1914 aartshertog Franz Ferdinand doodschoot. Kogelsporen, beschadigde gevels en begraafplaatsen herinneren aan het beleg in de jaren negentig. Tussen die plekken rijden trams, doen mensen boodschappen en zitten terrassen vol.
Ten zuiden van Sarajevo volgt de Neretva een smal dal tussen steile bergen. In Mostar loopt de stenen boog van de herbouwde Stari Most over turquoise water. De brug werd in 1993 verwoest en ging elf jaar later weer open. Achter de winkels en terrassen in de oude stad liggen straten met stenen huizen, moskeeën en binnenplaatsen. Bij Blagaj staat het soefiklooster tegen een rotswand, naast de bron van de Buna.
In Midden-Bosnië kijken de vestingen van Travnik en Jajce uit over rode daken en dalen. In Jajce valt de Pliva midden in de stad naar beneden. Bij de Plivameren staan houten watermolens langs het water. Bossen, kalksteenkloven en bergweiden vullen de ruimte tussen de steden. Op tafel komen ćevapi met platbrood, gevulde deeggerechten en langzaam gestoofd vlees. In de koffiehuizen blijft men graag nog even zitten. Geef Bosnië en Herzegovina daarom meer tijd dan alleen een stop bij de bekende bruggen: ga zitten op een marktplein, drink een koffie en kijk ook verder dan de oude stad.
