Belize laat zich niet vangen in een paar dagen op een strand. Voor de kust liggen lage koraaleilanden in helder Caribisch water. Op het vasteland staan Mayapiramides tussen het regenwoud en lopen brulapen door de bomen. Engels is de officiële taal, een erfenis van de Britse koloniale tijd, maar op straat hoor je ook Spaans, Belize-Creools, Garifuna en Mayatalen. Die mix geeft Belize een eigen gezicht binnen Centraal-Amerika.
Vanaf Caye Caulker en Ambergris Caye vertrekken boten naar het Barrièrerif van Belize. Snorkelaars en duikers zien daar koraal, roggen, zeeschildpadden en verpleegsterhaaien. Verder op zee ligt de Great Blue Hole: een donkere, ronde plek in het lichtere water van het rif.
Het binnenland ziet er anders uit. Rivieren lopen door grotten en langs kalksteenheuvels. Bij Caracol en Xunantunich rijzen stenen piramides boven het bos uit. De trappen, pleinen en reliëfs laten zien hoe groot de Mayasteden waren.
In Dangriga en Hopkins klinkt Garifuna-muziek uit bars en huizen. Op tafel staan cassavebrood, rijst met bonen, gestoofde kip, bakbananen en vis in kokosmelk. Maya-, Creoolse, Mestizo- en Caribische families hebben die keuken gevormd. Wie na de eilanden ook tijd maakt voor dorpen, ruïnes en de zuidkust, ziet meer van Belize dan turquoise water. Ga kijken, proef mee en neem de tijd.
